DE FLITSEN

 

 

HET TWEEDE HOOFDSTUK VAN DE VEERTIENDE FLITS

 

 

Het betreft zes geheimen uit de duizenden geheimen van Bismillāhirrahmānirrahīm.

 

 

Herinnering:

 

Een stralend licht van de Basmala, vanuit het perspectief van de Goddelijke Barmhartigheid, verscheen in de verte aan mijn zwakke verstand. Ik wilde het voor mijzelf vastleggen in enkele notities. Met twintig tot dertig geheimen wilde ik rondom dat licht een cirkel vormen om het te omvatten en te bewaren. Maar helaas kon ik die wens voorlopig niet volledig verwezenlijken; de twintig à dertig geheimen werden teruggebracht tot vijf à zes.

 

Wanneer ik zeg: ‘O mens!’, richt ik mij in feite tot mijn eigen ziel. Hoewel deze les in de eerste plaats voor mijn eigen ziel bedoeld is, neem ik haar — in de hoop dat zij ook baten zal schenken aan degenen die geestelijk met mij verbonden zijn en wier ziel wakkerder is dan de mijne — met de instemming van mijn oordeelkundige broeders op als het Tweede Hoofdstuk van de Veertiende Flits.

 

Deze verhandeling richt zich meer tot het hart dan tot het verstand, en meer tot innerlijke ervaring dan tot rationeel bewijs.

 

بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِ

 

قَالَتْ يَاۤاَيُّهَا الْمَلَؤُا اِنِّى اُلْقِىَ اِلَىَّ كِتَابٌ كَرِيمٌ - اِنَّهُ مِنْ سُلَيْمٰنَ وَاِنَّهُ بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّح۪يمِ

 

In dit Hoofdstuk zullen enkele geheimen worden uiteengezet. 

 

EERSTE GEHEIM

 

Ik zag een manifestatie van Bismillāhirrahmānirrahīm als volgt:

 

Op het gelaat van de kosmos, op het gelaat van de aarde en op het gelaat van de mens bevinden zich drie zegels van goddelijke heerschappij, die in elkaar vervlochten zijn en elk een afdruk van de andere twee in zich dragen.

 

Het eerste is het Grote Zegel van Goddelijkheid, dat zichtbaar wordt in de onderlinge samenwerking, ondersteuning, harmonie en wederzijdse beantwoording die zich in het geheel van de schepping manifesteren, en waarnaar Bismillāh verwijst.

 

Het tweede is het Grote Zegel van Goddelijke Barmhartigheid, dat zichtbaar wordt op het gelaat van de aarde — in de onderlinge gelijkenis, harmonie, orde, samenhang en genade bij het beheer, de zorg, opvoeding en leiding van planten en dieren — en waarnaar Bismillāhir-rahmān verwijst.

 

Het derde is het Verheven Zegel van Goddelijke Genade, dat zichtbaar wordt op het gelaat van het alomvattende wezen van de mens — in de subtiliteiten van tederheid, de fijnheden van mededogen en de stralen van goddelijke genade — en waarnaar ar-Rahīm in Bismillāhirrahmānirrahīm verwijst.

 

Aldus is Bismillāhirrahmānirrahīm een heilige aanduiding van deze drie zegels van Goddelijke Eenheid, en tevens een sterke verbinding en een stralende lijn die deze drie zegels samenbindt — zegels die als een lichtende regel op de bladzijde van het universum geschreven staan. Met andere woorden, Bismillāhirrahmānirrahīm daalt van boven neer, en zijn uiteinde raakt de mens, de vrucht van de schepping en de samengebalde miniatuur van de wereld. Het verbindt de aarde met de Troon en wordt een weg voor de mens om te stijgen naar de menselijke ‘troon’, de hoogste spirituele staat van de mens.