Tesbīhāt: Zikrkring van de Profeet (saw)

Tesbīhāt: Zikrkring van de Profeet (saw)

Omdat één van onze broeders nalatig was geworden in het verrichten van de tesbīhāt na het gebed, zei ik:

“De tesbīhāt na het gebed behoren tot de weg van Muhammed (saw) en vormen de dagelijkse smeekbeden van zijn welāya. Vanuit dat oogpunt zijn zij van groot belang.”

Daarna ontvouwde de werkelijkheid van deze woorden zich als volgt:

Zoals de welāya van Muhammed (saw) – die is opgegaan in het profeetschap – verheven is boven alle andere vormen van welāya, zo zijn ook de tesbīhāt na het gebed – die behoren tot de weg van die verheven welāya en tot de bijzondere ewrād van die welāyet-i kubrā – verheven boven alle andere ewrād en wegen.

Bovendien ontvouwde dit geheim zich voor mij op de volgende wijze:

Zoals men tijdens een zikr-bijeenkomst of een Naqshibandī-khatme een lichtvolle geestelijke sfeer ervaart die ontstaat door de verbondenheid van de aanwezigen met elkaar, zo voelt iemand met een wakker hart zich geestelijk, wanneer hij na het gebed

سُبْحَانَ اللّٰهِسُبْحَانَ اللّٰهِ

zegt en zijn tesbīh verricht, dat hij samen met honderd miljoen gelovigen tesbīh verricht onder leiding van de Profeet Muhammed (saw), de leider van die zikrkring.

In die sfeer van grootsheid en verhevenheid zegt hij:

سُبْحَانَ اللّٰهِسُبْحَانَ اللّٰهِ

Vervolgens zegt hij, in gehoorzaamheid aan het geestelijke bevel van de leider van die zikrkring:

اَلْحَمْدُ ِللّٰهِاَلْحَمْدُ ِللّٰهِ

Op dat moment voelt hij zich geestelijk opgenomen in de verheven lofprijzing die voortkomt uit de

اَلْحَمْدُ ِللّٰهِاَلْحَمْدُ ِللّٰهِ

van honderd miljoen murīds binnen die zikrkring en die omvangrijke khatma van Muhammed (saw), en neemt hij daar innerlijk aan deel met zijn eigen

اَلْحَمْدُ ِللّٰهِ

Hetzelfde geldt vervolgens voor

اَللّٰهُ اَكْبَرُاَللّٰهُ اَكْبَرُ

en na de smeekbede voor

لاٰ اِلٰهَ اِلاَّ اللّٰهُ لاٰ اِلٰهَ اِلاَّ اللّٰهُ

Wanneer hij deze woorden drieëndertig keer uitspreekt binnen de zikrkring en de grote khatme van de weg van Muhammed (saw), denkt hij aan al zijn broeders binnen die kring en khatme. Vervolgens richt hij zich tot de Persoon van Muhammed (saw), de leider van die zikrkring, en zegt:

اَلْفُ اَلْفِ صَلاَةٍ وَ اَلْفُ اَلْفِ سَلاَمٍ عَلَيْكَ يَارَسُولَ اللّٰهِ

Dit begreep ik, voelde ik en zag ik in mijn verbeelding. Hieruit blijkt hoe groot het belang van de tesbīhāt na het gebed is.