DE FLITSEN

Inderdaad, in de ontelbare schepselen en de grenzeloze veelheid zijn de zegels van eenheid aanwezig als in elkaar grijpende cirkels, met graden en vormen die reiken van het grootste tot het kleinste zegel. Maar hoezeer die eenheid ook aanwezig is, zij blijft een eenheid binnen de veelheid en kan de ware hudūr niet volledig waarborgen. Daarom moet zich achter die eenheid het zegel van ehadiyya bevinden, opdat de veelheid niet wordt opgeroepen en voor het hart rechtstreeks een weg naar de Allerheiligste wordt geopend.

 

En om de blikken naar het zegel van ehadiyya te richten en de harten aan te trekken, heeft Hij op dat zegel het zegel van barmhartigheid en genade geplaatst, dat zich toont als een uiterst aantrekkende versiering, een stralend licht, een aangename zoetheid, een beminnelijke schoonheid en een uiterst krachtige waarheid.

 

Inderdaad, het is de kracht van die barmhartigheid die de aandacht van bewuste wezens aantrekt, hen naar het zegel van ehadiyya leidt, hen de Ene laat beschouwen Die Zich in ieder afzonderlijk wezen openbaart, en hun de betekenis van اِيَّاكَ نَعْبُدُ وَاِيَّاكَ نَسْتَعٖينُ op werkelijke wijze laat ervaren.

 

Aldus is Bismillāhirrahmānirrahīm, als de inhoudsopgave van de Fātiḥa en als een beknopte samenvatting van de Koran, de titel en vertolker geworden van dit verheven geheim. Wie deze titel in handen neemt, kan rondwandelen in de niveaus van de barmhartigheid; en wie deze vertolker laat spreken, leert de geheimen van de barmhartigheid kennen en aanschouwt de lichten van genade en mededogen.

 


VIJFDE GEHEIM

 

In een hadith is overgeleverd:

اِنَّ اللّٰهَ خَلَقَ اْلاِنْسَانَ عَلٰى صُورَةِ الرَّحْمٰنِ

 

Een deel van de soefi’s heeft deze hadith op een eigenaardige wijze uitgelegd die niet strookt met de grondslagen van het geloof. Sommige godsliefhebbers zijn zelfs zo ver gegaan dat zij het geestelijke gelaat van de mens hebben opgevat alsof het een vorm van de Rahmān zou zijn.

 

Aangezien bij het merendeel van de soefi’s sprake is van geestelijke vervoering (sakr), en bij de meeste godsliefhebbers van geestelijke verzinking en verwarring (istighrāq en iltibās), kunnen zij in hun opvattingen die strijdig zijn met de waarheid wellicht wordenverontschuldigd. Wie echter zijn verstand behoudt en helder blijft denken, kan geen betekenissen aanvaarden die in strijd zijn met de grondslagen van het geloof; doet hij dat toch, dan dwaalt hij af.

 

Inderdaad, zoals Zāt-i Aqdes, Die het gehele universum als een paleis en een huis in volmaakte orde bestuurt; Die de sterren met wijsheid en gemak als deeltjes laat bewegen; en Die de kleinste deeltjes als ordelijke dienaren inzet — geen deelgenoot, geen gelijke en geen tegenhanger heeft, zo volgt ook, overeenkomstig het geheim van het vers:

لَيْسَ كَمِثْلِهِ شَىْءٌ وَهُوَ السَّمِيعُ الْبَصِير

dat Hij geen vorm, geen gelijkenis, geen voorbeeld en geen evenbeeld kan hebben.