DE FLITSEN
De derde weg
Dit houdt in dat alles natuurlijk is en dat de natuur alles teweegbrengt. Deze bewering brengt vele onmogelijkheden met zich mee. Ter illustratie zullen we drie ervan behandelen.
De eerste onmogelijkheid
Indien een buitengewoon prachtige en doordachte kunst en creatieve vorming in het bestaan, met name bij levende wezens, niet worden toegeschreven aan de pen van de goddelijke lotsbeschikking van Shems-i EzèlīAllah, Wiens bestaan geen begin heeft, Die ongebonden is aan materie en tijd en Die de bron is van alle verschijningen. en Zijn goddelijke macht, maar in plaats daarvan worden toegeschreven aan blinde, dove en ondoordachte natuur en natuurkrachten, dan dient de natuur in alles ontelbare immateriële machines en drukpersen te vestigen, of in alles een macht en wijsheid toe te passen, waarmee het universum geschapen en beheerd kan worden.
De reflecties en weerkaatsingen van de zon zijn bijvoorbeeld te zien in de kleine glasscherven en waterdruppels op het aardoppervlak. Indien deze gereflecteerde ‘miniatuurzonnetjes’ niet worden toegeschreven aan de enige zon in de hemel, dan dient men aan te nemen dat er in iedere glasscherf, waar nog geen topje van een luciferstokje in past, een weliswaar fysiek kleine maar inhoudelijk enorme, natuurlijke zon gevestigd is, met eigenschappen vergelijkbaar met die van de echte zon. Met andere woorden, door het ontkennen van een enkele zon, dient men aan te nemen dat er zoveel zonnen bestaan als het aantal glasscherven.
Op precies dezelfde manier zoals het voorgaande voorbeeld zinspeelt, wanneer alles, vooral levende wezens, niet worden toegeschreven aan de verschijningen van de namen van Shems-i EzèlīAllah, Wiens bestaan geen begin heeft, Die ongebonden is aan materie en tijd en Die de bron is van alle verschijningen., moet men aannemen dat er in alle schepselen, met name in alle levende wezens, een natuur of een natuurkracht aanwezig is, zelfs een soort god die beschikt over oneindige macht, wilskracht, kennis en wijsheid. Een dergelijke gedachtegang is echter het meest absurde en bijgelovige van alle onmogelijkheden in het universum. Een mens die de kunst van de Schepper van het universum toeschrijft aan een denkbeeldige, onbeduidende en onbewuste natuur, laat zien dat hij minder bewust is dan een dier.
De tweede onmogelijkheid
Indien de buitengewoon welgeordende, evenwichtige, kunstzinnige en doelgerichte schepselen niet worden toegeschreven aan Degene Die oneindige macht en wijsheid bezit, maar aan de natuur, dan dient de natuur in ieder stukje aarde zoveel drukpersen en fabrieken te hebben als de totale hoeveelheid drukpersen en fabrieken van Europa, zodat elk stukje aarde de bron kan zijn voor de vorming en ontwikkeling van ontelbare bloemen en vruchten, waar het als de voedingsbodem van dient. Want in een schaal met aarde is duidelijk te zien dat deze de vaardigheid bezit om uit alle daarin gezaaide bloemzaadjes de verschillende vormen en structuren van alle bloemen te vormen en te modelleren. Indien dit niet wordt toegeschreven aan Qadīr-i zul-DjelālAllah, Die over alles de macht heeft en Wiens grootsheid en verhevenheid grenzeloos is., dan zouden de bloemen niet tot stand kunnen komen zonder dat er zich in die schaal met aarde voor elke bloem een immateriële, specifieke en natuurlijke machine bevindt. Zaadjes bestaan immers uit dezelfde bouwstenen, evenals zygoten en eieren, oftewel ze bestaan uit een ordeloos, vormloos en deegachtig mengsel van waterstof, zuurstof, koolstof en stikstof. Bovendien zijn lucht, water, warmte en licht ook eenvoudig en onwillekeurig, en stromen ze als een vloed door alles heen. Aldus vereisen zowel het ontstaan als de verscheidene, zeer ordelijke en kunstige groei van die ontelbare bloemen uit de aarde de aanwezigheid van net zoveel immateriële en minuscule drukpersen en fabrieken in die schaal met aarde als er in Europa zijn, zodat zo’n groot aantal levende weefsels en duizenden verschillende geweven stoffen kunnen ontstaan.