DE FLITSEN

Het achtste teken

 

De vraag: in voorafgaande tekenen is aangetoond dat veel mensen de weg van dwaling inslaan omdat het een gemakkelijke weg is waarin zich slechts destructieve handelingen bevinden. In andere verhandelingen van de Risale-i Nur daarentegen is met overtuigend bewijs aangetoond dat de weg van ongeloof en dwaling zo ingewikkeld en problematisch is, dat eigenlijk niemand die weg zou moeten inslaan omdat die ontoegankelijk is. Bovendien is de weg van geloof en leiding zo helder en vanzelfsprekend dat iedereen die weg zou moeten inslaan.

 

Het antwoord: ongeloof en dwaling kennen twee vormen. De ene is een praktische en secundaire vorm, waarbij de geloofswaarheden zonder bewijs op een ongegronde basis worden verloochend en ontkend. Deze vorm van dwaling is eenvoudig en gebaseerd op het afwijzen van de waarheid; het is een tekortkoming in acceptatie en bestaat uit het weigeren van geloofswaarheden. Deze vorm wordt in de Risale-i Nur als eenvoudig voorgesteld.
 

De tweede vorm is echter niet praktisch of secundair, maar berust op theoretische en intellectuele overwegingen. Het gaat niet simpelweg alleen om het weigeren van geloofswaarheden, maar eerder om het openen van de weg om ertegenin te gaan. Dit houdt in dat valsheid wordt geaccepteerd en de tegenstelling van waarheid wordt bewezen. Deze vorm van ontkenning staat niet alleen voor het afwijzen en verwaarlozen van de geloofswaarheden, maar gaat er juist tegenin. Het is niet simpelweg gebaseerd op het weigeren van iets, wat makkelijk is om te doen; maar op het ontkennen van iets met bewijsvoering. Het kan pas worden aanvaard nadat het niet-bestaan ervan is bewezen. Dit is inderdaad moeilijk en zelfs onmogelijk te beargumenteren, wat wordt verduidelijkt door het principe ‘iets wat niet bestaat, kan niet worden bewezen.’ Inderdaad, ongeloof en dwaling die in de verhandelingen van de Risale-i Nur als ingewikkeld en problematisch worden beschouwd, behoren tot deze tweede vorm. Zoals met onweerlegbare bewijzen is aangetoond in verschillende verhandelingen van de Risale-i Nur, omvat deze weg van ongeloof zoveel angstaanjagende kwellingen en gruwelijke duisternissen, dat iemand met een greintje bewustzijn en verstand die weg niet zou inslaan.


Indien er wordt gevraagd: hoe kunnen de meeste mensen een dergelijk kwellende, duistere en problematische weg inslaan?

 

Het antwoord daarop is als volgt: ze raken erin verzeild en kunnen er niet meer uitkomen. Bovendien willen ze er niet uitkomen, omdat de vegetatieve en dierlijke vermogens van de mens, die de toekomst niet zien of overwegen, de overhand hebben over de menselijke vermogens. Ze vinden troost in directe maar tijdelijke genoegens.