DE FLITSEN

 

 

DE ZEVENTIENDE FLITS

 

Deze verhandeling kan beschouwd worden als een vertaling in het Turks van de oorspronkelijke Arabische verhandeling genaamd ‘Zoehra' en bestaat uit zeventien notities.

 

Voorwoord

In 1921, twaalf jaar voor de vervaardiging van deze verhandeling, had ik, dankzij goddelijke genade, enkele manifestaties van de eenheid van Allah waargenomen tijdens een diepgaande bezinning, een spirituele reis van het hart en een ontwikkeling van de ziel. Deze manifestaties had ik als notities opgenomen in Arabische verhandelingen, zoals Zoehra, Shoela, Habba, Shamma, Zarra en Qatra. De schrijfstijl die ik heb toegepast om telkens een deel van de diepgaande waarheid en een glimp van het stralende licht over te brengen, was puur bedoeld om ze als persoonlijke aantekeningen en herinneringen te bewaren. Hierdoor hadden anderen er weinig aan. Bovendien beheersten de meeste van mijn voornaamste en eerbiedwaardige broeders de Arabische taal niet. Vanwege hun aanhoudende verzoeken voelde ik me verplicht om een deel van deze notities gedetailleerd en een ander deel beknopt ook in het Turks te verwoorden.

 

Omdat deze notities en Arabische verhandelingen kennis bevatten over kwesties met betrekking tot geloofswaarheden die de nieuwe Said enigszins aanschouwelijk heeft waargenomen, worden in deze verhandeling de vertalingen ervan zonder enige verandering of aanpassing gemaakt. Hierdoor kunnen sommige delen in deze verhandeling ook voorkomen in andere verhandelingen van de Risale-i Nur. Hoewel sommige kwesties in deze verhandeling zeer beknopt worden behandeld, worden ze niet verder uitgelegd om de oorspronkelijke verfijning ervan niet te verliezen.

 

De eerste notitie 

 

Ik keek naar mezelf en sprak met overtuiging: o onachtzame Said! Besef dat het ongepast is om je hart te hechten aan iets dat jou niet zal vergezellen na de ondergang van deze wereld en dat jou zal verlaten wanneer het ten onder gaat. Het is vooral onverstandig om je hart te hechten aan vergankelijke zaken die je in de steek laten na verloop van je generatie, die je niet zullen vergezellen tijdens je reis in het hiernamaals, die je niet zullen uitzwaaien bij de poort van het graf tijdens je uitvaart, die binnen één of twee jaar met niets dan zonden als blijvende lasten voorgoed van je zullen scheiden, en die, ondanks je verlangen om ervan voorgoed te genieten, beginnen je te verlaten, zelfs tijdens het genot dat je ervan geniet. 

 

Als je wijs bent, laat dan alles achter wat je geen voordeel zal opleveren in het hiernamaals of in de ālem-i berzakh; hecht geen waarde aan de zaken die je niet kunnen vergezellen op je reis naar de eeuwigheid; en wees niet bedroefd over hun verdwijnen.

 

Kijk diep in je eigen aard, want onder je spirituele zintuigen bevindt zich een zintuig dat slechts voldoening vindt in de eeuwigheid en in Degene Die Eeuwig is, en het kan zich niet wenden tot iets anders dan Hem. Het zal nooit tevreden zijn met iets anders dan Hem, zelfs al zou je de hele wereld aanbieden. Dit zintuig is de sultan van al je spirituele zintuigen. Gehoorzaam deze sultan die onderworpen is aan het bevel van Fātir-i Hakīm en bevrijd jezelf.