DE FLITSEN

Inderdaad, iedereen ziet de wereld zoals die in zijn eigen spiegel verschijnt. Allah heeft de mens geschapen als criterium, als schaal voor het universum. Aan ieder mens heeft Hij binnen deze wereld een specifieke wereld geschonken. Hij laat hem deze wereld zien op basis van zijn innerlijke staat en perceptie. Bijvoorbeeld, een hopeloze en een bedroefde persoon ziet de schepping als treurig en wanhopig, terwijl een extreem vrolijk en opgewekt persoon alles als vrolijk en levendig ervaart. Op dezelfde manier ontdekt en ziet een praktiserende moslim, die op een bezinnende wijze gebeden en verheerlijkingen verricht, tot op zekere hoogte de werkelijk bestaande aanbiddingen en verheerlijkingen van wezens. Echter, hij die door ontkenning of verwaarlozing aanbidding nalaat, beschouwt wezens op een wijze die volkomen vals en tegenstrijdig is aan de realiteit van hun volmaaktheid. Op die wijze schendt hij spiritueel gezien hun rechten.

 

Bovendien doet degene die het gebed verwaarloost zichzelf onrecht aan, omdat hij zichzelf niet bezit, maar eigendom is van zijn Eigenaar. Zijn Eigenaar bedreigt hem op een intense wijze, om het recht van Zijn bediende (deze eigendom) te verkrijgen van zijn nafs-i emmāra. Tevens geldt die nalatigheid als een overtreding van de goddelijke wijsheid en de goddelijke wil, omdat de aanbidding de reden en het doel is van zijn schepping. Daarom volgt er straf.

 

Kortom, degene die de aanbidding verzuimt doet zichzelf onrecht aan, omdat hij zelf een dienaar is van Allah én hij schendt de rechten van de volmaaktheden van de gehele schepping. Inderdaad, zoals ongeloof een belediging is voor de schepping, is het nalaten van aanbiddingen een verloochening van de volmaaktheid van de schepping. En aangezien deze nalatigheid in strijd is met de goddelijke wijsheid, wordt degene die de aanbidding nalaat blootgesteld aan heftige dreigementen en ernstige bestraffingen. 

 

Inderdaad, om deze beschreven werkelijkheid uit te drukken, kiest de Koran op een wonderbaarlijke wijze een serieuze stijl. Hiermee toont het op heldere wijze zijn balāgha, wat inhoudt dat het op een passende manier spreekt, aangepast aan de omstandigheden en de toestanden.

 

De tweede vraag

 

degene die naturalisme heeft afgezworen en tot het geloof was toegetreden, sprak als volgt:

 

Het is inderdaad een ontzaglijke werkelijkheid dat al het bestaan in elk aspect en bij elke handeling altijd afhankelijk is van de wil en de macht van Allah. De grootsheid van deze werkelijkheid maakt zich onbevattelijk voor ons begrensde verstand. Echter, overal ter wereld zien we een oneindige overvloed en een grenzeloos gemak tijdens de vorming van schepselen. De voorgaande bewijzen in deze verhandeling tonen aan dat dit grenzeloze gemak zich bevindt op de weg van eenheid. Tevens verkondigen de verzen van de Koran zoals:

 

مَا خَلْقُكُمْ وَلَا بَعْثُكُمْ اِلَّا كَنَفْسٍ وَاحِدَةٍ

وَمَٓا اَمْرُ السَّاعَةِ اِلَّا كَلَمْحِ الْبَصَرِ اَوْ هُوَ اَقْرَبُ

 

dat alles op een uiterst makkelijke wijze tot stand wordt gebracht. Dit alles wijst erop dat de genoemde ontzagwekkende werkelijkheid zeer acceptabel en rationeel is. Wat is het geheim achter dit gemak?