DE FLITSEN

Wanneer vermogen en keuze volledig tot ontwikkeling komen, komt het levensonderhoud niet langer naar hem toe. Het blijft op zijn plaats en zegt als het ware: “Kom, zoek mij, vind mij en neem mij.”

 

Hieruit blijkt dat levensonderhoud omgekeerd evenredig is aan vermogen en keuzevrijheid. Daarom leven de meest machteloze dieren vaak het best en worden zij het rijkst voorzien, zoals wij dit in vele verhandelingen van de Risale-i Nur hebben uiteengezet.

 

 

Tweede Punt

 

Er bestaan verschillende soorten mogelijkheid. Zo zijn er imkan-i aqlī, imkan-i orfī en imkan-i ādī.

 

Wanneer een gebeurtenis zich niet binnen de grenzen van imkan-i aqlī bevindt, wordt zij verworpen. Valt zij niet binnen de grenzen van imkan-i orfī, dan geldt zij als een wonder, maar kan zij niet gemakkelijk als een kerāma worden aanvaard. En wanneer er, zowel naar beginsel als naar gewoonte, geen vergelijkbare gebeurtenis bestaat, kan zij slechts worden geaccepteerd op grond van een beslissend en onweerlegbaar bewijs, op het niveau van aanschouwing.

 

Op grond van dit principe vallen de buitengewone toestanden van Sayyid Ahmed-i Badawī, die veertig dagen niets at, binnen de sfeer van imkan-i orfī (de gebruikelijke mogelijkheid). Zij kunnen zowel als een kerāma worden beschouwd alsook als een buitengewone, maar toch mogelijke gewoonte.

 

Inderdaad, er wordt op het niveau van tawātur overgeleverd dat Sayyid Ahmed-i Badawī (k.s.) zich in wonderlijke en diepe toestanden van innerlijke beleving bevond. Het is voorgekomen dat hij slechts eenmaal in veertig dagen at. Dit was echter niet voortdurend zo; het gebeurde slechts af en toe, als een vorm van kerāma. Er bestaat zelfs de mogelijkheid dat zijn toestand van innerlijke beleving hem geen behoefte aan voedsel deed voelen, waardoor dit voor hem tot een gewoonte werd.

 

Het is betrouwbaar overgeleverd dat vele ewliyā’s, zoals Sayyid Ahmed-i Badawī, soortgelijke wonderlijke toestanden hebben getoond. Aangezien, zoals wij in het Eerste Punt hebben aangetoond, de opgeslagen natuurlijke voedselvoorraad langer dan veertig dagen kan volstaan, en het gedurende die periode volgens de gewoonte mogelijk is om zonder voedsel te leven, en aangezien dit bovendien betrouwbaar is overgeleverd van buitengewone personen die zulke toestanden hebben getoond, kan dit zeker niet worden ontkend.