De Drieëndertig Overleveringen van de Profeet (saw) Betreffende Kennis

De Drieëndertig Overleveringen van de Profeet (saw) Betreffende Kennis

De drieëndertig overleveringen van de Profeet (saw) betreffende kennis die zijn opgeschreven in het persoonlijke notitieboek van Bediuzzaman Said Nursi.

 

1) “Vergaar kennis! Want het vergaren ervan is godsvrees, het verzoeken ervan is aanbidding, het overdenken ervan is glorificatie, en het bespreken ervan is een strijd (djihād).” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 254) 

2) “Een geleerde die een uur naar zijn kennis (boek) kijkt terwijl hij tegen zijn kussen leunt, verricht meer goed dan zeventig uur aan aanbidding.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 295)

3) “Degene die op zoek is naar kennis, is een zoeker van de Barmhartige. Degene die op zoek is naar kennis, is een pijler van de Islam. Zijn beloning en vergoeding worden samen met de profeten gegeven.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 312)

4) “Het zoeken van kennis staat bij Allah boven vrijwillig gebed, vasten, pelgrimage en zelfs boven strijden op het pad van Allah.” (Feydhu'l-Qadir hadith nr. 5268)

5) “Een geleerde van wie men profiteert, is beter dan duizend aanbidders.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 314)

6) “Wee degenen die religie gebruiken om wereldse belangen na te streven.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 461) 

7) “Het kan voorkomen dat het horen van één wijs woord voor een persoon waardevoller is dan een jaar van aanbidding. En één uur besteden aan het bespreken van kennis is waardevoller dan het bevrijden van een slaaf.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 343)

8) “De bekering van iemand tot de islam door jouw hand is beter voor jou dan alles waarop de zon schijnt.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 344)

9) “Allah zal zowel het zwaard van de Dadjdjal als het zwaard van de grote oorlog niet samenbrengen over deze gemeenschap.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 354)

10) “Het kalifaat zal voortgezet worden onder de zonen van mijn oom Abbas, de broer van mijn vader. Uiteindelijk zullen ze het overdragen aan de Dadjdjal.” (Kenzu'l-Ummāl: 14:271, hadith nr. 33436)

11) “Als de inkt van geleerden zou worden gewogen tegenover het bloed van martelaren, zou de inkt van geleerden zeker zwaarder wegen dan het bloed van martelaren.” (Ihya-u Ulūm-ud-Dīn 1/6)

12) “Een held is niet degene die anderen verslaat, maar degene die zichzelf overwint in woede en boosheid.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 363)

13) “Een moslim kan zijn medemoslim geen waardevoller geschenk geven dan een wijze uitspraak die zijn leiding versterkt en hem beschermt tegen het kwaad.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 374)

14) “Vanaf de schepping van Adem (as) tot aan de Dag des Oordeels is er niets groter dan de verschijning van Dadjdjal.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 374)

15) “Als iemand sterft terwijl hij kennis opdoet, blijft hij slechts één rang onder de profeten.” (Ihya-u Ulūm-ud-Dīn 1/9)

16) “Het vergaren van een deel van kennis (over de geloofswaarheden) is waardevoller dan het verrichten van duizend rak’ah vrijwillig gebed, ongeacht of hij die kennis in de praktijk brengt of niet. Als hij het echter wel in de praktijk brengt of het aan anderen onderwijst, zal zijn beloning, evenals die van degenen die het toepassen, bij hem blijven tot aan de Dag des Oordeels.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 413)

17) “Voor wie kennis vergaart om de Islam te versterken, zal slechts één rang tussen hem en de profeten blijven.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 429)

18) “In een gelovige komen vier deugden samen, waardoor Allah het paradijs voor hem verplicht stelt:

19) “Er zal een man onder de waarzeggers komen die de Koran (de waarheden van de Koran) op zo'n manier zal onderwijzen dat niemand na hem in staat zal zijn om datzelfde te onderwijzen.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 518)

20) “Een student van kennis die sterft terwijl hij kennis vergaart, sterft als een martelaar.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 40)

21) “Wees vrijgevig tegenover degenen die belast zijn met de Koran (degenen die zich inzetten op het pad van de Koran).” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 81)

22) “Wees vrijgevig tegenover geleerden, want de geleerden zijn de erfgenamen van de profeten.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 81)

23) “De hoogste vorm van kennis is het kennen van Allah; dat wil zeggen, het is kennis van het geloof. Zelfs met weinig daden komen er voordelen wanneer ze met kennis worden verricht. Maar zelfs bij talrijke daden brengen ze geen voordelen met zich mee als ze zonder kennis worden uitgevoerd.” (Ihya-u Ulūm-ud-Dīn 1/7)

24) “Allah stelt de gelovige dienaar bloot aan tegenslagen en beproevingen (als een noodzakelijk onderdeel van beproeving). Hij doet dit echter alleen om Zijn genade en vrijgevigheid aan hem te tonen.” (Feydhu'l-Qadir 2/280.)

25) “Saīd is degene die ver weg blijft van fitnah’s (beproevingen). Als hij echter wordt blootgesteld aan tegenslagen en beproevingen, is hij geduldig. Zo iemand is zeer aangenaam en zeer zeldzaam.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 100)              * Saīd=Gelukkig 

26) “Voorwaar, fitnah (beproeving) zal aanbreken. Hij zal de dienaren (mensen) in stukken scheuren. Maar alleen de geleerden zullen eraan ontsnappen.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 105)

27) “In de eind der tijden zal een hevige en vreselijke ramp komen die iedereen zal treffen. Niemand zal eraan ontsnappen. Alleen een persoon die kennis heeft van de religie van Allah en zich daarnaar gedraagt met zijn taal en hart zal ontsnappen. Hij is degene die de weg van degenen die vóór hem kwamen, heeft gevolgd.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 141)

28) “Onder de kinderen van Adem ben ik de meest gulle en vrijgevige. Na mij is de meest vrijgevige en gulle onder hen degene die een specifieke kennis zal hebben en deze kennis zal verspreiden. Op de Dag des Oordeels zal hij als een afzonderlijke gemeenschap worden opgewekt.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 163)

29) “Zij die de Koran leren en onderwijzen, en de diepgaande betekenissen ervan onderwijzen, dienen te weten dat ikzelf hun aansporing en bewijs zal zijn voor hun toegang tot het paradijs op de Dag des Oordeels.” (Rāmudh-ul-Ahadith blz. 170)

30) “Vermijd innovaties ((bidahs). Want alle innovaties zijn dwaling, en alle dwalingen leiden naar de hel.” (Râmuz-ül Ehadis, s. 177)

31) “Wie op anderen dan ons lijkt, hoort niet bij ons. Jullie moeten niet lijken op de joden en christenen.” (Feydhu'l-Qadir hadith nr. 7649)

32) “De hoogste vorm van strijd (djihād) is waarheid spreken tegenover onderdrukkende heersers.” (Kenzu'l-Ummāl, 9/64)

33) “De meest deugdzame vorm van strijd (djihād) is dat een persoon strijdt tegen zijn eigen ego en begeerten.” (Feydhu'l-Qadir, 2/31)