De Man die Huilt om de Zonden van Anderen

De Man die Huilt om de Zonden van Anderen

Bediuzzaman vertelt: “Op een dag zat ik bij het raam van de gevangenis in Eskişehir, tijdens de viering van de Dag van de Republiek. Aan de overkant, in de tuin van een middelbare school, zag ik een groep meisjes vrolijk dansen. Plotseling kreeg ik een visioen, alsof ik door een spirituele film vijftig jaar vooruit keek. Ik zag dat van die vijftig à zestig meisjes, er veertig tot vijftig inmiddels in hun graf lagen, vergaan tot stof en lijdend onder kwellingen. Tien van hen waren nu zeventig of tachtig jaar oud, onaantrekkelijk geworden en veracht door de blikken waar ze in hun jeugd naar verlangden, omdat ze hun eerbaarheid niet hadden bewaard. Dit zag ik zo duidelijk voor me, dat ik huilde om hun treurige lot.

Enkele van mijn medegevangenen hoorden me huilen en vroegen wat er aan de hand was. Ik zei: ‘Laat me nu maar even met rust.’

Wat ik zag, was de waarheid, geen droom. Zoals de zomer en de herfst altijd overgaan in de winter, zo wordt de zomer van de jeugd en de herfst van de ouderdom onvermijdelijk gevolgd door de winter van het graf en het hiernamaals. Stel je voor dat er een film bestond die je nu al liet zien hoe mensen er vijftig jaar later aan toe zullen zijn. Als degenen die nu leven in onachtzaamheid, losbandigheid en bedrieglijk genot hun toekomstige zelf konden zien, zouden ze met verdriet en afschuw huilen om hun huidige vreugde en verboden pleziertjes.”

Bediuzzaman had een zeldzaam diep medelijden, zo groot dat hij huilde om de zonden van anderen en om de pijn en straffen die hen in de toekomst te wachten stonden. Wat hij voelde voor hen, is iets dat ons tot nadenken moet zetten. Want terwijl hij huilt om de zonden van een ander, zijn wij vaak zo verstrikt in onachtzaamheid dat we niet eens om onze eigen fouten en zonden kunnen huilen. Zijn inzicht nodigt ons uit om stil te staan bij ons eigen leven, bij wat we nu doen en hoe dat ons onvermijdelijke toekomstig lot zal beïnvloeden.