DE BRIEVEN

De Zeventiende Brief

Het derde punt

Het overleden kind was een schepsel, een dienaar en met al zijn ledematen en zintuigen een kunstwerk van de Genadevolle Schepper. Het kind behoorde Hem toe; het was als een vriend aan de ouders geschonken en voor een korte tijd voor de begeleiding en verzorging aan hen overgedragen. Vader en moeder waren aan het kind ter beschikking gesteld. Als onmiddellijke beloning voor die dienst schonk Hij hun een genotvol gevoel van shefqa.

Inderdaad, wanneer de Genadevolle Schepper – Die van de duizend aandelen van het kind er negenhonderdnegenennegentig bezit – uit Zijn barmhartigheid en wijsheid dit kind bij je wegneemt en jou ontslaat uit jouw zorgtaak, dan is het stuitend en onbetamelijk dat een gelovige –vanwege zijn ene schijnbare aandeel– tegenover de werkelijke Eigenaar van alle duizend aandelen in wanhoop jammert en zich klagend overgeeft aan verdriet. Deze houding past veeleer bij de godvergetenen en degenen die op dwaalwegen verkeren.

 

Het vierde punt

Als de wereld eeuwig zou zijn, de mens daarin eeuwig zou leven en het afscheid ook werkelijk voor eeuwig zou zijn, dan zouden ellende, pijn en hopeloze droefheid hun volle betekenis hebben. Maar aangezien deze wereld slechts een gastenverblijf is, zullen zowel jullie als wij vertrekken naar hetzelfde oord waarheen het overleden kind kortgeleden al is voorgegaan.

Bovendien is de dood niet alleen voor jouw kind bestemd; het is een weg die iedereen zal bewandelen. En omdat het afscheid niet eeuwig is, zullen wij elkaar later zowel in ālem-i berzakh als in het paradijs weer ontmoeten.

Daarom past het om te zeggen: “Het oordeel behoort Allah toe. Hij geeft en Hij neemt. Alle lof behoort Allah toe in elke omstandigheid.” En in geduld dankbaarheid te tonen.

 

Het vijfde punt

Shefqa is één van de mooiste, subtielste, aangenaamste en behaaglijkste verschijningsvormen van de goddelijke barmhartigheid. Het is een verlichtend elixer, dat zelfs krachtiger is dan liefde om je snel tot Allah te wenden. Want in vergelijking tot metaforische, wereldse liefde die na zeer veel moeite in ware liefde kan veranderen en zo het hart naar Allah kan richten, verbindt shefqa het hart zonder moeite op een kortere en zuiverdere wijze met Hem.

Zowel vader als moeder houden in deze wereld boven alles van hun kind. Wanneer hun kind hun wordt ontnomen, en zij oprechte gelovigen zijn, wenden zij hun gezicht af van de wereld en richten het naar Munim-i Haqīqī. Zij zeggen dan: “Aangezien de wereld vergankelijk is, is zij het niet waard om haar in ons hart te sluiten.” Zo ontwikkelen zij een band met de plaats waar hun kind naartoe is gegaan en verwerven zij daardoor een grote spirituele kracht. Maar de mensen die in godvergetelheid leven en zich op een dwaalweg bevinden, kunnen geen gebruikmaken van de blijde tijdingen en de gelukzaligheid die deze vijf waarheden verkondigen. Zie aan de hand van het volgende voorbeeld hoe ellendig hun toestand is: