DE BRIEVEN

De Zeventiende Brief

Een oudere vrouw ziet haar enige, zeer geliefde kind op diens sterfbed. Omdat zij zich in haar godvergetelheid of afdwaling deze wereld als eeuwig voorstelt, stelt zij de dood voor als een duister einde en als een eeuwige scheiding. Zij ziet haar kind in het graf, in plaats van in zijn zachte bed. In haar godvergetelheid en afdwaling denkt zij niet aan het paradijs, noch aan de barmhartigheid van Erhamurrāhimīn. Zo kun je enigszins begrijpen en beseffen wat voor een wanhopig verdriet en een ondraaglijke pijn zij ervaart.

Maar de īmān en de Islam, die de middelen tot gelukzaligheid in beide werelden zijn, verkondigen aan de gelovigen het volgende:

“De Genadevolle Schepper van dit kind dat nu op zijn sterfbed ligt, zal hem verlossen van deze vergankelijke wereld en hem naar Zijn paradijs leiden. Hij zal hem voor jou tot bemiddelaar en tot een eeuwig kind maken. Dit afscheid is slechts tijdelijk, maak je daarom geen zorgen! Zeg

اَلْحُكْمُ لِلّٰهِِ

اِنَّا لِلّٰهِ وَاِنَّٓا اِلَيْهِ رَاجِعُونَ

en wees geduldig!”

 

اَلْبَاقِى هُوَ الْبَاقِى

 

Said Nursi