DE FLITSEN

Wat betreft de kwestie omtrent de twijfels over de geloofswaarheden; de mogelijkheden die als gevolg van imkan-i zatī verschijnen, zijn niet in strijd met de overtuiging en brengen geen schade toe aan de overtuiging.

 

Binnen de wetenschap usūlud-dīn is de volgende regel vastgesteld:

اِنَّ الْاِمْكَانَ الذَّاتِىَّ لَا يُنَافِى الْيَقٖينَ الْعِلْمِىَّ

We zijn bijvoorbeeld overtuigd dat het meer van Eğirdir momenteel met water gevuld is. Niettemin is het in wezen mogelijk dat dit meer op dit moment is opgedroogd. Dus, de uitdroging van dit meer is een theoretische mogelijkheid, maar omdat deze intrinsieke mogelijkheid geen aanleiding heeft tot een manifestatie, kan ze niet worden beschouwd als een logische mogelijkheid die twijfels oproept. Weer binnen de wetenschappen van usūlud-dīn is namelijk ook de volgende regel vastgesteld:

لَا عِبْرَةَ لِلْاِحْتِمَالِ الْغَيْرِ النَّاشِىءِ عَنْ دَلٖيلٍ

Dit betekent dat een imkan-i zatī van iets dat niet op bewijs of aanleiding berust, niet beschouwd kan worden als een logische mogelijkheid die twijfels kan oproepen en serieus genomen moet worden. Een persoon die met deze list van de duivel wordt aangetast, vreest dat hij wegens zulke wezenlijke mogelijkheden zijn overtuiging in geloofswaarheden verliest. Bijvoorbeeld, hij kan vele wezenlijke mogelijkheden met betrekking tot de menselijke aspecten van de Profeet (saw) overwegen, die geen schade brengen aan de geloofsovertuiging. Toch denkt hij ten onrechte dat ze schadelijk zijn, wat eigenlijk hem schade brengt.

 

Bovendien kan duivel soms vanuit een centrum naast het hart, dat ‘lumma’ wordt genoemd, kwade woorden over Allah inprenten. Het slachtoffer denkt dat zijn hart bedorven is en dat zulke woorden uit zijn hart komen, waardoor hij erg ongemakkelijk wordt. Echter, zijn ongemak, angst en ontstemming bewijzen dat die woorden niet afkomstig zijn van zijn hart, maar van lumma, en ze worden ingegeven en voorgesteld door duivel zelf.

 

Bovendien zijn er binnen de subtiele zintuigen van de mens enkele zintuigen die ik niet kan identificeren. Deze zintuigen worden niet beheerst door de wil van de mens, en de mens draagt er geen verantwoordelijkheid voor. Soms nemen deze zintuigen de overhand en luisteren ze niet naar de waarheid, en gaan ze de verkeerde richting op. Op zo’n moment tracht duivel die persoon te overtuigen: “Jouw aanleg is niet in overeenstemming met de waarheid en het geloof, waardoor je onwillekeurig zulke onjuiste gedachten hebt. Het lijkt er dus op dat jouw lot je tot dwaling heeft veroordeeld.” Hierop vervalt die hulpeloze man in wanhoop en vordert richting ondergang.

 

Het toevluchtsoord van de gelovigen tegen de eerdergenoemde listen van de duivel zijn de waarheden van de īmān en de leerstellingen van de Koran, waarvan de grenzen worden vastgesteld door de muhaqqiqīn onder de asfiyā’s.  Wat betreft de laatstgenoemde listen, dient men zijn toevlucht tot Allah te nemen en er verder geen aandacht aan te schenken. Hoe meer er aandacht aan wordt besteed, hoe meer ze zullen groeien en aanzwellen. Het geneesmiddel voor deze geestelijke wonden van een gelovige wordt gevonden in de sunna van de Profeet (saw).