DE FLITSEN
Het elfde geval
Dit werd niet opgeschreven, aangezien hij er mogelijk geen instemming mee zou betuigen.
Het twaalfde geval
Dit betreft Meester Galip (r.h.). Hij heeft inderdaad op een oprechte en waarderende wijze veel dienst verricht bij het net overschrijven van de Risale-i Nur en heeft tegenover geen enkele moeilijkheid zwakte getoond. Op de meeste dagen kwam hij, luisterde met groot enthousiasme en schreef de Risale-i Nur over.
Vervolgens liet hij, tegen een vergoeding van dertig lira uit eigen middelen, de gehele Woorden en Brieven overschrijven. Zijn doel was om deze in zijn woonplaats te verspreiden en zijn stadsgenoten te verlichten.
Echter, om bepaalde redenen, verspreidde hij deze verhandelingen niet zoals hij zich had voorgesteld, maar liet hij ze in een kist liggen.
Plotseling onderging hij, als gevolg van een pijnlijke gebeurtenis, gedurende een jaar verdriet en diepe droefheid. In plaats van enkele officiële tegenstanders die hem vijandig zouden zijn geweest vanwege de verspreiding van de Risale-i Nur, kreeg hij vele wrede en gewetenloze vijanden en verloor hij een deel van zijn vrienden.
Het dertiende geval
Dit betreft Hafız Hâlid (r.h.). Hij zegt zelf:
In de tijd dat ik met grote ijver betrokken was bij het overschrijven van de werken die mijn Meester in de dienst aan de Koran had verspreid, was er in mijn wijk een functie als imam van een moskee beschikbaar. Met de bedoeling mijn vroegere religieuze kledij weer aan te nemen en de tulband te dragen, gaf ik tijdelijk een onderbreking aan deze dienst en trok ik mij, zonder het te beseffen, terug.
In tegenstelling tot mijn bedoeling ontving ik een barmhartige tuchtiging. Hoewel ik acht à negen maanden als imam diende, kon ik, ondanks de vele beloften van de moefti, op buitengewone wijze de tulband niet dragen.
Er bleef bij ons geen twijfel over dat deze barmhartige tuchtiging het gevolg was van die tekortkoming. Ik was immers zowel een aangesprokene als een schrijver in dienst van mijn Meester. Door mijn terugtrekking had hij moeilijkheden ondervonden bij het overschrijven van de werken.
Hoe het ook zij, alle lof behoort aan Allah dat wij onze fout hebben ingezien en hebben begrepen hoe heilig deze dienst is. En wij hebben erop vertrouwd dat er achter ons een Meester staat die, zoals Sjeik Geylânî, als een beschermende engel over ons waakt.
De zwakste der dienaren,
Hafız Hālid