DE FLITSEN

 

 

DE TIENDE FLITS

De Verhandeling over de Barmhartige Tuchtigingen

 

بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِ

يَوْمَ تَجِدُ كُلُّ نَفْسٍ مَا عَمِلَتْ مِنْ خَيْرٍ مُحْضَرًا وَمَا عَمِلَتْ مِنْ سُوۤءٍ تَوَدُّ لَوْ اَنَّ بَيْنَهَا وَبَيْنَهُ اَمَدًا بَعِيدًا وَيُحَذِّرُكُمُ اللّٰهُ نَفْسَهُ وَاللّٰهُ رَؤُوفٌ بِالْعِبَادِ

 

Deze verhandeling verklaart een geheim van dit vers door de barmhartige tuchtigingen uiteen te zetten die mijn vrienden in de dienst aan de Koran hebben ondergaan als gevolg van hun vergissingen en fouten, voortkomend uit de menselijke natuur. Tevens worden hierin een reeks kerāmāt van de dienst aan de Koran beschreven, evenals een bijzondere kerāma van Abdulqādir Ghilāni, die met goddelijke toestemming geestelijk toezicht houdt op deze heilige dienst en haar ondersteunt met zijn geestelijke hulp en smeekbeden. Dit alles is bedoeld opdat degenen die bij deze heilige dienst betrokken zijn, standvastig blijven in hun ernst en toewijding.

 

De kerāmāt van deze heilige dienst kennen drie vormen.

 

De eerste vorm betreft het voorbereiden van deze dienst en het leiden van haar bedienden ertoe.

 

De tweede vorm betreft het wegnemen van obstakels en het afweren van het kwaad van schadelijke personen, waarbij zij als het ware worden bestraft. De gebeurtenissen die tot deze twee vormen behoren zijn talrijk en uitvoerig. Deze stellen wij uit tot een andere gelegenheid; hier zullen wij spreken over de derde vorm, die de lichtste is.

 

De derde vorm betreft de barmhartige tuchtigingen die oprechte bedienden aan deze dienst treffen wanneer zij verslapping tonen, zodat zij tot bezinning komen en opnieuw tot de dienst terugkeren. De gebeurtenissen die tot deze categorie behoren zijn meer dan honderd. Van deze gevallen hebben dertien of veertien een barmhartige tuchtiging ondergaan, terwijl zes of zeven een strenge tuchtiging hebben ontvangen.

 


Het eerste geval

 

Deze arme Said zelf. Telkens wanneer ik verslapte in de dienst en zei: “Wat gaat het mij aan?” en mij bezighield met persoonlijke zaken, onderging ik een barmhartige tuchtiging. Ik ben ervan overtuigd geraakt dat deze tuchtiging het gevolg was van mijn nalatigheid. Immers, welk doel mij ook tot nalatigheid verleidde, werd ik juist door het tegenovergestelde daarvan getroffen.

 

Ook bij mijn andere oprechte vrienden zagen wij, bij aandachtige beschouwing, dat zij net als ik barmhartige tuchtigingen ontvingen, telkens precies in tegenstelling tot het doel waarvoor zij nalatig waren geweest. Zo zijn wij tot de overtuiging gekomen dat deze gebeurtenissen behoren tot de kerāma van de dienst aan de Koran.