Condoleance bij het Overlijden van een Kind
Het tweede punt
Mijn eerbiedwaardige broeder! Gelovigen die zoals jij hun kind hebben verloren, dienen als volgt te denken:
Dit kind is onschuldig, en zijn Schepper is genadevol en vrijgevig. Hij heeft hem, in plaats van mijn gebrekkige zorg en beperkte tederheid, Zijn volmaakte genade en barmhartigheid geschonken en hem tot Zich genomen. Hij heeft hem weggenomen uit een ellendig, moeizaam, rampzalig tranendal en geleid naar een tuin in Zijn paradijs. Hoe gelukkig is dit kind dan! Wie weet wat er van hem geworden zou zijn als hij in deze wereld was gebleven. Daarom heb ik geen medelijden met hem, want ik weet dat hij gelukkig is.
Wat mijn eigen voordeel betreft, ook dan heb ik geen medelijden met mijzelf en raak ik niet in diepe wanhoop. Als hij in deze wereld was gebleven, zou hij mij tien jaar lang een vergankelijke kinderliefde hebben geschonken, vermengd met pijnlijke zorgen. Als hij een rechtschapen mens was geworden en in zijn leven succes had gekend, dan zou hij mij waarschijnlijk slechts met het wereldse hebben geholpen. Maar nu, door zijn overlijden, is hij voor mij een bemiddelaar geworden voor een bron van kinderliefde in het eeuwige paradijs en voor een voortdurtende gelukzaligheid.
Inderdaad, iemand die een twijfelachtig, tijdelijk voordeel verliest en daarentegen duizend uitgestelde maar zekere voordelen verkrijgt, zal geen werkelijk verdriet tonen en niet in wanhopig gejammer uitbarsten.