DE BRIEVEN

De Negende Brief

DE NEGENDE BRIEF

بِاسْمِهٖ سُبْحَانَهُ

وَ اِنْ مِنْ شَىْءٍ اِلَّا يُسَبِّحُ بِحَمْدِهٖ

Wederom een gedeelte van een brief die hij aan zijn oprechte student verstuurde.

Ten tweede

Jouw succes, jouw ijver en jouw enthousiasme in het verspreiden van de waarheden van de Koran zijn een ikram van Allah, zelfs een kerāma van de Koran, een ināya van de Heer. Ik feliciteer je hiermee. Aangezien wij eenmaal over kerāma, ikram en ināya hebben gesproken, wil ik hier het verschil tussen kerāma en ikram kort toelichten:

Het bewust verkondigen van een kerāma zonder dat daar een noodzaak toe bestaat, kan schadelijk zijn. Maar wanneer het gaat om een ikram van Allah, en men dit bewust vermeldt, dan is dat een uitdrukking van vreugde over een goddelijke genadegave. Wanneer iemand met een kerāma wordt vereerd en hij deze wonderlijke gebeurtenis helder beseft, maar daarbij zijn nefs hardnekkig aan haar eigenwaan vasthoudt, op zichzelf vertrouwt, op zijn eigen inzichten steunt en in hoogmoed vervalt, dan kan deze kerāma zelfs veranderen in istidrāj.

Maar wanneer hij een kerāma niet bewust ervaart – bijvoorbeeld dat hij antwoord geeft op een vraag die iemand in zijn hart draagt, zonder dat hij daar bewust van was, en pas achteraf te weten komt wat er is gebeurd – dan groeit zijn vertrouwen niet in zichzelf, maar in Degene Die hem ondersteunt. Hij zegt dan: “Ik heb een Bewaker boven mij Die beter voor mij zorgt dan ikzelf.” Zo wordt zijn vertrouwen in Allah sterker en blijft hij beschermd tegen gevaar. Deze vorm van kerāma is veilig, zonder gevaar. Hij hoeft een dergelijke kerāma niet te verbergen, maar het is ook niet gepast om die openlijk te tonen met het doel zich erop te beroemen. Want er is altijd een gevaar dat de nefs het aan zichzelf toeschrijft, omdat de menselijke bekwaamheden zelf er een rol in spelen.

Wanneer het echter gaat om een ikram van Allah, dan is dit nog minder gevaarlijk dan de hierboven beschreven relatief veilige vorm van kerāma; naar mijn inzicht is een ikram zelfs verhevener. Het vermelden ervan is niets anders dan een dankbetuiging aan Allah; de menselijke bekwaamheid speelt hierin geen enkele rol. Daarom neemt de nefs het niet voor zichzelf.

O mijn broeder, de goedheid van Allah die ik al geruime tijd bij jou en bij mij zie – vooral in onze dienst aan de Koran – is een ikram van Allah. Het bekendmaken hiervan is een uitdrukking van dankbaarheid. Daarom schrijf ik jou over het succes van onze dienst, in de vorm van vreugde over deze goddelijke gunst. Ik heb altijd geweten dat dit bij jou geen trots zal oproepen, maar dankbaarheid.