DE BRIEVEN
De Vijftiende Brief
Ali (ra) nam adālet-i mahzaAbsolute gerechtigheid. Een vorm van gerechtigheid waarbij het recht van een in-dividu voor het welzijn van het volk niet kan worden geschonden. als uitgangspunt en verrichtte zijn idjtihādHet onafhankelijk beoordelen vanuit de Islamitische wetgeving. op basis daarvan met betrekking tot de gebeurtenissen, zoals dat ook het geval was in de tijd van de kaliefen Abu Bakr en Omar (ra).
Zijn tegenstanders daarentegen zeiden: “In de tijd van deze beide kaliefen liet de zuiverheid van de Islam adālet-i mahzaAbsolute gerechtigheid. Een vorm van gerechtigheid waarbij het recht van een in-dividu voor het welzijn van het volk niet kan worden geschonden. nog toe. Maar naarmate de tijd vorderde, werd het zeer moeilijk om adālet-i mahzaAbsolute gerechtigheid. Een vorm van gerechtigheid waarbij het recht van een in-dividu voor het welzijn van het volk niet kan worden geschonden. nog als bestuursprincipe te laten gelden. Aangezien er verschillende volkeren tot de Islamitische gemeenschap waren toegetreden die nog zwak en kwetsbaar stonden in het Islamitische maatschappelijke leven, hebben wij onze idjtihādHet onafhankelijk beoordelen vanuit de Islamitische wetgeving. verricht op basis van adālet-i izāfiyyaRelatieve gerechtigheid. Een vorm van gerechtigheid waarbij het recht van een individu voor het welzijn van het volk kan worden geschonden., die zogenaamd volgens het principe ‘het mindere van twee kwaden’ gerechtvaardigd is.”
Omdat deze meningsverschillen over idjtihādHet onafhankelijk beoordelen vanuit de Islamitische wetgeving. zich mengden met de politiek, zijn zij uiteindelijk uitgelopen op gewapende strijd.
En omdat deze idjtihādHet onafhankelijk beoordelen vanuit de Islamitische wetgeving. uitsluitend omwille van Allah en het belang van de Islam was verricht, en de strijd vanuit idjtihādHet onafhankelijk beoordelen vanuit de Islamitische wetgeving. is opgelaaid, kunnen wij zeggen dat zowel degenen die doodden als degenen die gedood werden met het paradijs zijn beloond en hun beloning hebben ontvangen. Hoe juist de idjtihādHet onafhankelijk beoordelen vanuit de Islamitische wetgeving. van Ali (ra) ook was en hoe onjuist die van zijn tegenstanders ook was, zij hebben daarvoor geen bestraffing verdiend. Immers, wie met zijn idjtihādHet onafhankelijk beoordelen vanuit de Islamitische wetgeving. de waarheid vindt, krijgt twee beloningen; wie de waarheid niet vindt, krijgt één beloning, namelijk de beloning voor zijn idjtihādHet onafhankelijk beoordelen vanuit de Islamitische wetgeving., die een vorm van aanbidding is; hij wordt verontschuldigd voor zijn vergissing.
Een geleerde onder ons, wiens woorden gezag hebben, zei in het Koerdisch:
ژِى شَرِّ صَحَابَانْ مَكَه قَالُ و ق۪يلْ ۞ لَوْ رَا جَنَّت۪ينَه قَاتِلُ و هَمْ قَت۪يلْ
Met andere woorden: “Verspreid geen roddels over de strijd tussen de ashābMetgezellen van de Profeet (saw), want zowel degenen die doodden als degenen die gedood werden, zijn allen het paradijs binnengetreden.”
Wat adālet-i mahzaAbsolute gerechtigheid. Een vorm van gerechtigheid waarbij het recht van een in-dividu voor het welzijn van het volk niet kan worden geschonden. en adālet-i izāfiye betreft, deze kunnen als volgt worden toegelicht:
مَنْ قَتَلَ نَفْسًا بِغَيْرِ نَفْسٍ اَوْ فَسَادٍ فِى الْاَرْضِ فَكَاَنَّمَا قَتَلَ النَّاسَ جَم۪يعًاVoor wie een mens doodt, anders dan voor [het vergelden van het doden van] een ander mens of het plegen van verderf op aarde, is alsof hij de gehele mensheid heeft gedood. – De Koran 5:32