DE BRIEVEN
De Negende Brief
Ten derde
Ik zie dat de gelukkigste mens in dit wereldse leven degene is die deze wereld beschouwt – en ook werkelijk erkent – als een militair gastenverblijf, en zich ook daarnaar gedraagt. Met deze zienswijze kan hij spoedig de tevredenheid van Allah, de hoogste graad, bereiken. Hij zal de prijs van een eeuwige diamant niet betalen voor een breekbaar glas; hij zal zijn leven doorbrengen met istiqāmaStandvastig blijven in wat Allah heeft opgedragen en wegblijven van wat Hij heeft verboden, zonder te vervallen in ifrāt of tafrīt (overdrijving of tekortschieten). en innerlijke vreugde.
Inderdaad, de zaken die tot deze wereld behoren, zijn zo vergankelijk als breekbaar glas; maar de handelingen die wij verrichten voor het hiernamaals, hebben de waarde van onverwoestbare diamanten. De sterke gevoelens die in de aard van de mens liggen, zoals intense nieuwsgierigheid, vurige liefde, hevige begeerte en onstilbaar verlangen, zijn hem gegeven om deze in dienst te stellen voor de zaken met betrekking tot het hiernamaals. Het inzetten van zulke krachtige gevoelens voor vergankelijke wereldse zaken, houdt in dat men de prijs van onvernietigbare diamanten geeft aan breekbare glazen. In dit verband kwam het volgende bij mij op:
Hartstocht is een intense vorm van liefde. Wanneer deze gericht is op vergankelijke geliefden, brengt zij haar bezitter of in een toestand van voortdurende pijn en kwelling, of doet zij hem op zoek gaan naar een Eeuwige Geliefde, omdat die tijdelijke geliefde de prijs van zo’n vurige liefde niet waard blijkt te zijn. Zo verandert metaforische liefde uiteindelijk in ware liefde.
Zo bezit de mens duizenden gevoelens waarvan elk, net als liefde, twee aspecten heeft; namelijk een metaforisch en een werkelijk aspect. Bijvoorbeeld, de bezorgdheid om de toekomst is in iedereen aanwezig. Wanneer deze bezorgdheid sterk toeneemt, beseft men al snel dat er geen enkele garantie bestaat dat hij die toekomst werkelijk zal bereiken. Bovendien is een korte toekomst, waarvan het levensonderhoud al is toebedeeld, die intense bezorgdheid niet waard. Zo wendt hij zich daarvan af en richt hij zijn zorg op de ware toekomst – die zich uitstrekt tot ver achter het graf, tot in de eeuwigheid – een toekomst die voor godvergetenen niet verzekerd is.
Bovendien toont men ook een sterk verlangen naar rijkdom en hoge wereldse positie. Maar zodra hij beseft dat deze vergankelijke rijkdom, deze gevaarlijke roem en deze geveinsde positie – die tot hypocrisie leidt – zo’n vurige begeerte in werkelijkheid helemaal niet waard zijn, wendt hij zich daarvan af. Hierop richt hij zijn aandacht op de spirituele rang, de nabijheid tot Allah en de proviand voor de reis naar het hiernamaals, die wél de ware waardigheid vormen, en zet hij zich in om goede daden te verrichten die zijn werkelijke bezit zijn. Zo verandert een metaforische begeerte, die een slechte eigenschap is, in een ware begeerte, die een verheven eigenschap is.