DE BRIEVEN
De Drieëntwintigste Brief
Mijn eerbiedwaardige broeder! Je hebt mij enkele vragen gesteld. De meeste van de tot nu toe geschreven verhandelingen in de Woorden en de Brieven zijn buiten mijn eigen toedoen ontstaan; zij kwamen plotseling en onverwachts in mijn hart op, en dat bleek het beste te zijn. Als ik jou bewust, op de wijze van de Oude Said, vanuit de kracht van mijn kennis en gedachten een antwoord zou geven, zou dat dof en gebrekkig blijven.
Maar sinds enige tijd zijn de ingevingen tot mijn hart schaars geworden en is de kracht van mijn geheugen verzwakt. Toch kan ik je niet zonder antwoord laten. Daarom wil ik op elk van jouw vragen een bijzonder kort antwoord geven.
Jouw eerste vraag
Hoe kan een gelovige op de beste wijze voor een andere gelovige een smeekbede verrichten?
Het antwoord: smeekbedes behoren binnen het kader van de gegeven omstandigheden aannemelijk te zijn. Want een smeekbede wordt onder bepaalde voorwaarden aannemelijk; en naarmate de middelen die tot aanvaarding leiden toenemen, groeit ook de aannemelijkheid ervan.
Bijvoorbeeld, wanneer iemand een smeekbede verricht, dient hij eerst om vergiffenis te vragen en zich op deze manier spiritueel te reinigen. Daarna dient hij de salawātEen smeekbede waarbij van Allah zegeningen over profeet Muhammed (saw) wordt gevraagd., een aanvaarde smeekbede, te reciteren als bemiddeling. En hij dient zijn smeekbede ook weer met de salawātEen smeekbede waarbij van Allah zegeningen over profeet Muhammed (saw) wordt gevraagd. af te sluiten. Want een smeekbede die tussen twee aanvaarde smeekbedes staat, wordt aanvaard.
Bovendien dient hij de smeekbede voor zijn medegelovige in zijn afwezigheid te verrichten, en eveneens invloedrijke smeekbedes te reciteren die in de Koran en in de ehadithDe islamitische overleveringen betreffende de handelingen en de uitspraken van profeet Muhammed (saw). zijn overgeleverd. Bijvoorbeeld, het reciteren van alomvattende smeekbedes zoals:
اَللّٰهُمَّ اِنِّى اَسْئَلُكَ الْعَفْوَ وَ الْعَافِيَةَ ل۪ى وَ لَهُ فِى الدّ۪ينِ وَ الدُّنْيَا وَ اْلاٰخِرَةِO Allah, ik vraag Jou om vergeving en om het welzijn voor mij en voor hem in deze wereld en in het hiernamaals.
رَبَّنَٓا اٰتِنَا فِى الدُّنْيَا حَسَنَةً وَفِى اْلاٰخِرَةِ حَسَنَةً وَ قِنَا عَذَابَ النَّارِO, onze Heer, geef ons wat goed is in de wereld en wat goed is in het hiernamaals en bescherm ons tegen de bestraffing van het vuur. – De Koran 2:201
Bovendien hoort men de smeekbede te verrichten met oprechtheid, in deemoed, en met een rustig hart; na de vijf dagelijkse gebeden, vooral na het ochtendgebed; op gezegende plaatsen, in het bijzonder in moskeeën; op vrijdag, in het bijzonder tijdens het gezegende uur waarin smeekbeden worden aanvaard; in de gezegende drie maanden[1], vooral in de bekende nachten; en in de maand Ramadan, met name in Leyletul-QadrLett. de ‘Nacht van de Beslissing’. Het is de nacht waarin de eerste verzen van de Koran aan onze Profeet (saw) werden geopenbaard. Deze nacht wordt beschouwd als een van de meest gezegende nachten in het Islamitische jaar, en volgens de overleveringen valt deze in de laatste tien nachten van de maand Ramadan, met name op een van de oneven nachten.. Hierop mag men verwachten dat een smeekbede die onder zulke omstandigheden wordt verricht, door de goddelijke barmhartigheid wordt aanvaard.
De uitkomsten van zulke aannemelijke smeekbedes verschijnen ofwel exact in de gewenste vorm, ofwel worden zij in een betere vorm verhoord ten gunste van het hiernamaals en het eeuwige leven van degene voor wie men smeekt. Dus, als het resultaat niet uitkomt zoals men wenste, betekent dat niet dat de smeekbede niet is aanvaard, maar dat zij op een betere wijze is verhoord.
- Radjab, Shaban en Ramadan. ↩︎