DE BRIEVEN
De Negende Brief
DE NEGENDE BRIEF
بِاسْمِهٖ سُبْحَانَهُIn de naam van Hem, Hij is feilloos
وَ اِنْ مِنْ شَىْءٍ اِلَّا يُسَبِّحُ بِحَمْدِهٖ“En er is niets dat Hem niet verheerlijkt met de lof die Hem toekomt.” – De Koran 17:44
Wederom een gedeelte van een brief die hij aan zijn oprechte student verstuurde.
Ten tweede
Jouw succes, jouw ijver en jouw enthousiasme in het verspreiden van de waarheden van de Koran zijn een ikramDe genadeschenking en gunstverlening van Allah. van Allah, zelfs een kerāmaEen wonder dat bewerkstelligd wordt door een moslim die geen profeet is. van de Koran, een ināyaDe bijzondere, genadevolle hulpverlening van Allah. van de Heer. Ik feliciteer je hiermee. Aangezien wij eenmaal over kerāmaEen wonder dat bewerkstelligd wordt door een moslim die geen profeet is., ikramDe genadeschenking en gunstverlening van Allah. en ināyaDe bijzondere, genadevolle hulpverlening van Allah. hebben gesproken, wil ik hier het verschil tussen kerāmaEen wonder dat bewerkstelligd wordt door een moslim die geen profeet is. en ikramDe genadeschenking en gunstverlening van Allah. kort toelichten:
Het bewust verkondigen van een kerāmaEen wonder dat bewerkstelligd wordt door een moslim die geen profeet is. zonder dat daar een noodzaak toe bestaat, kan schadelijk zijn. Maar wanneer het gaat om een ikramDe genadeschenking en gunstverlening van Allah. van Allah, en men dit bewust vermeldt, dan is dat een uitdrukking van vreugde over een goddelijke genadegave. Wanneer iemand met een kerāmaEen wonder dat bewerkstelligd wordt door een moslim die geen profeet is. wordt vereerd en hij deze wonderlijke gebeurtenis helder beseft, maar daarbij zijn nefsEen aspect van de ziel dat de kwaadaardige eigenschappen van een mens in zich herbergt. hardnekkig aan haar eigenwaan vasthoudt, op zichzelf vertrouwt, op zijn eigen inzichten steunt en in hoogmoed vervalt, dan kan deze kerāmaEen wonder dat bewerkstelligd wordt door een moslim die geen profeet is. zelfs veranderen in istidrāj.
Maar wanneer hij een kerāmaEen wonder dat bewerkstelligd wordt door een moslim die geen profeet is. niet bewust ervaart – bijvoorbeeld dat hij antwoord geeft op een vraag die iemand in zijn hart draagt, zonder dat hij daar bewust van was, en pas achteraf te weten komt wat er is gebeurd – dan groeit zijn vertrouwen niet in zichzelf, maar in Degene Die hem ondersteunt. Hij zegt dan: “Ik heb een Bewaker boven mij Die beter voor mij zorgt dan ikzelf.” Zo wordt zijn vertrouwen in Allah sterker en blijft hij beschermd tegen gevaar. Deze vorm van kerāmaEen wonder dat bewerkstelligd wordt door een moslim die geen profeet is. is veilig, zonder gevaar. Hij hoeft een dergelijke kerāmaEen wonder dat bewerkstelligd wordt door een moslim die geen profeet is. niet te verbergen, maar het is ook niet gepast om die openlijk te tonen met het doel zich erop te beroemen. Want er is altijd een gevaar dat de nefsEen aspect van de ziel dat de kwaadaardige eigenschappen van een mens in zich herbergt. het aan zichzelf toeschrijft, omdat de menselijke bekwaamheden zelf er een rol in spelen.
Wanneer het echter gaat om een ikramDe genadeschenking en gunstverlening van Allah. van Allah, dan is dit nog minder gevaarlijk dan de hierboven beschreven relatief veilige vorm van kerāmaEen wonder dat bewerkstelligd wordt door een moslim die geen profeet is.; naar mijn inzicht is een ikramDe genadeschenking en gunstverlening van Allah. zelfs verhevener. Het vermelden ervan is niets anders dan een dankbetuiging aan Allah; de menselijke bekwaamheid speelt hierin geen enkele rol. Daarom neemt de nefsEen aspect van de ziel dat de kwaadaardige eigenschappen van een mens in zich herbergt. het niet voor zichzelf.
O mijn broeder, de goedheid van Allah die ik al geruime tijd bij jou en bij mij zie – vooral in onze dienst aan de Koran – is een ikramDe genadeschenking en gunstverlening van Allah. van Allah. Het bekendmaken hiervan is een uitdrukking van dankbaarheid. Daarom schrijf ik jou over het succes van onze dienst, in de vorm van vreugde over deze goddelijke gunst. Ik heb altijd geweten dat dit bij jou geen trots zal oproepen, maar dankbaarheid.