DE BRIEVEN
De Negende Brief
Bijvoorbeeld, met een intense koppigheid verspilt de mens zijn gevoelens voor onbeduidende, vergankelijke en tijdelijke zaken. Achteraf merkt hij dat hij een jaar lang koppig een zaak heeft nagejaagd die geen minuut van zo’n koppigheid waard was. Met zijn koppigheid blijft hij halsstarrig volharden in schadelijke en giftige zaken. Nadien ziet hij in dat zulke sterke gevoelens hem niet zijn gegeven voor dit soort zaken, en dat het verspillen van zulke waardevolle vermogens aan nietige wereldse zaken in strijd is met de wijsheid en waarheid. Dan gebruikt hij deze koppigheid niet langer voor onbeduidende wereldse bezigheden, maar voor verheven, eeuwige geloofswaarheden, de principes van de Islam en daden die een eeuwige beloning opleveren. Zo verandert de wereldse koppigheid, die een lage eigenschap is, in oprechte vastberadenheid, die een prachtige en verheven eigenschap is waarmee hij zich sterk inzet voor de waarheid.
Zoals in deze drie voorbeelden te zien is, als de mens de spirituele vermogens die hem zijn geschonken ten gunste van zijn eigen nefsEen aspect van de ziel dat de kwaadaardige eigenschappen van een mens in zich herbergt. en voor wereldse doelen misbruikt en zich in zijn godvergetelheid gedraagt alsof hij voor eeuwig in deze wereld zal blijven, dan worden deze eigenschappen tot bronnen van slechte moraal, verspilling en zinloosheid. Maar wanneer hij wereldse zaken slechts beperkte aandacht geeft en al zijn kracht inzet voor het hiernamaals, dan worden zijn eigenschappen juist tot bronnen van edele moraal, wat overeenkomt met de wijsheid en waarheid, en leiden ze tot gelukzaligheid in beide werelden.
Hieruit blijkt ook waarom de raadgevingen van veel vermaners in onze tijd weinig effect hebben. Zij zeggen tegen losbandige mensen: “Wees niet jaloers! Toon geen hebzucht! Koester geen vijandschap! Wees niet koppig! Heb de wereld niet lief!” Met andere woorden: “Verander je natuur”, wat voor hen onmogelijk lijkt. In plaats daarvan zouden zij moeten zeggen: “Geef deze eigenschappen een juiste richting; keer de stroom om naar het goede!” Want dat is een raad die uitvoerbaar is en werkelijk effect hebben, en bovendien binnen de keuzemogelijkheden van de mens vallen.
Ten vierde
Onder de Islamitische geleerden is er veel discussie geweest over het verschil tussen Islam en īmānHet geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking).. Sommigen zeiden: “Het zijn één en dezelfde,” terwijl anderen zeiden: “Ze zijn niet hetzelfde, maar het een kan niet zonder het ander.” En zo zijn er vele verschillende opvattingen geuit. Het onderscheid dat ik hierin zie, is als volgt:
Islam is een toewijding, īmānHet geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking). is een overtuiging. Met andere woorden is Islam een keuze, een overgave en een gehoorzaamheid aan de waarheid, en īmānHet geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking). is het erkennen en bevestigen van die waarheid.
Lang geleden ontmoette ik eens enkele ongelovigen die op een vurige en ontroerende wijze de voorschriften en bevelen van de Koran verdedigden. Omdat zij in zekere zin voorstander waren van de waarheid, dus een vorm van Islamitische toewijding bezaten, werden zij ‘ongelovige moslims’ genoemd.
Later zag ik enkele gelovigen die geen enkele loyaliteit of toewijding toonden aan de geboden van de Koran. Zij werden ‘niet-moslimse gelovige’ genoemd.