DE FLITSEN

Derde punt

 

Indien alle dingen worden toegeschreven aan één Zāt-i Ferd-i Ehad, dan is hun schepping even gemakkelijk als die van één enkel ding. Maar wanneer zij aan oorzaken of aan de natuur worden toegeschreven, wordt het bestaan van zelfs één enkel ding even moeilijk als dat van alle dingen samen. Om dit te verduidelijken zullen wij, zoals in andere verhandelingen is uitgelegd, bondig enkele gelijkenissen geven.

 

Eerste gelijkenis:

 

Stel dat aan één officier het bevel over duizend soldaten wordt toevertrouwd, terwijl één enkele soldaat onder het bevel van tien officieren wordt geplaatst. In dat geval zou het besturen van die ene soldaat tienmaal moeilijker zijn dan het besturen van die duizend soldaten. Want de bevelen van die tien officieren zouden elkaar tegenwerken, en door die verwarring zou die soldaat nooit rust vinden. Wanneer echter de gewenste orde en het resultaat van een heel bataljon aan één officier worden toevertrouwd, kan hij die orde zonder moeite en gemakkelijk tot stand brengen.

 

Maar als het bereiken van die orde en dat resultaat wordt overgelaten aan de gewone soldaten van dat bataljon — zonder hoofd, zonder bevelhebber en zonder sergeant — dan kan die gewenste orde en dat resultaat slechts met grote verwarring en discussies, en zelfs dan slechts met grote moeite en in een onvolmaakte vorm, worden bereikt.

 

Tweede gelijkenis:

 

Indien het plaatsen en in evenwicht houden van de stenen in de koepel van een moskee zoals de Ayasofya (Hagia Sophia) aan één meester wordt toevertrouwd, kan hij die positie gemakkelijk tot stand brengen.

 

Maar indien het verkrijgen van die positie aan de stenen zelf zou worden overgelaten, dan zou elke steen zowel een absolute heerser over alle andere stenen als een absolute ondergeschikte moeten zijn, zodat zij elkaar ondersteunen en in de lucht kunnen blijven hangen.

 

In dat geval zouden, om het werk te verrichten dat die ene meester gemakkelijk uitvoert, werkzaamheden nodig zijn die wel honderdmaal moeilijker zijn en waarvoor als het ware honderd meesters nodig zouden zijn; pas daarna zou die positie bereikt kunnen worden.

 

Derde gelijkenis:

 

De aardbol is als een dienaar en soldaat van de Ene en Enige. Omdat hij slechts naar het bevel van die Ene luistert, brengt hij met twee bewegingen — voortkomend uit de vreugde van zijn taak, zoals een extatische mewlewī — grote resultaten teweeg, zoals het ontstaan van de seizoenen, de opeenvolging van dag en nacht, de majestueuze bewegingen in de hemel en de voortdurende verandering van de hemelse taferelen die als een kosmische film verschijnen. Met slechts die twee bewegingen op zijn as en in zijn baan wordt de aardbol een middel voor al deze indrukwekkende resultaten. Het is alsof die ene soldaat als een bevelhebber optreedt in de grootse manoeuvres die zich op het gelaat van het universum afspelen.