DE BRIEVEN

De Zesde Brief

 

 

DE ZESDE BRIEF

 

بِاسْمِهٖ سُبْحَانَهُ

وَ اِنْ مِنْ شَىْءٍ اِلَّا يُسَبِّحُ بِحَمْدِهٖ

سَلَامُ اللّٰهِ وَ رَحْمَتُهُ وَ بَرَكَاتُهُ عَلَيْكُمَا وَ عَلٰٓى اِخْوَانِكُمَا مَادَامَ الْمَلَوَانِ وَ تَعَاقَبَ الْعَصْرَانِ وَ مَادَارَ الْقَمَرَانِ وَ اسْتَقْبَلَ الْفَرْقَدَانِ

 

Mijn ijverige broeders, mijn toegewijde vrienden en mijn bron van troost in dit verbanningsoord dat men ‘wereld’ noemt.

 

Aangezien Allah jullie deelgenoot heeft gemaakt van de betekenissen die Hij aan mijn gedachten heeft geschonken, hebben jullie ongetwijfeld ook het recht om deelgenoot te zijn van mijn gevoelens. Om jullie niet al te zeer te bedroeven, zal ik het meest pijnlijke deel van mijn scheiding in dit vreemde verbanningsoord terzijde laten en slechts een gedeelte ervan met jullie delen.

 

De afgelopen twee à drie maanden ben ik zeer alleen geweest. Soms komt er eens in de vijftien à twintig dagen een gast bij mij langs; verder ben ik alleen. Ook zijn de bergwachters al bijna twintig dagen niet meer in mijn nabijheid; zij zijn vertrokken. Zo bevond ik mij ’s nachts, in deze eenzame bergen, stil en alleen, te midden van het droeve geruis van de bomen, in vijf in elkaar vervlochten lagen van vervreemding.

 

Ten eerste: door het geheim van de ouderdom ben ik, ten opzichte van het overgrote deel van mijn leeftijdsgenoten, vrienden en verwanten, alleen en vreemd achtergebleven. Doordat zij mij hebben verlaten en naar de ālem-i berzakh zijn gegaan, voelde ik een droevige vervreemding.

 

Ten tweede: binnen deze vervreemding opende zich nog een andere kring van vervreemding. Dat was een vervreemding vol scheiding, die ontstond doordat de meeste schepselen met wie ik in de afgelopen lente een band had, mij hadden verlaten en waren heengegaan.

 

Ten derde: binnen deze vervreemding opende zich nog een andere kring van vervreemding, die voortkwam uit het feit dat ik gescheiden was van mijn geboortestreek en mijn verwanten en alleen was achtergebleven; ook daarin voelde ik een vervreemding vol scheiding.

 

Ten vierde: binnen deze vervreemding liet de vreemde toestand van de nacht en de bergen mij nog een andere, tedere vervreemding voelen.

 

Ten vijfde: vanuit deze vervreemding zag ik mijn ziel — die gereedstaat deze vergankelijke herberg te verlaten en naar de eeuwigheid te vertrekken — in een buitengewone vervreemding.