DE BRIEVEN

De Tweeëntwintigste Brief

Een opmerkelijke gebeurtenis: eens zag ik als gevolg van deze vijandige partijdigheid dat een religieuze wetenschapper een vrome geleerde, vanwege zijn afwijkende politieke opvattingen, kleineerde en nagenoeg van ongeloof betichtte, terwijl hij een huichelaar die zijn politieke standpunt deelde respectvol prees. Geschrokken door deze kwade gevolgen van de politiek zei ik

اَعُوذُ بِاللّٰه مِنَ الشَّيْطَانِ وَ السِّيَاسَةِ‌

Sindsdien heb ik mij teruggetrokken uit het politieke leven.

 

Het vijfde aspect

Dit aspect verklaart hoe koppigheid en partijdigheid aanzienlijke schade toebrengen aan het sociale leven.

Indien er wordt gesteld: in een hadith wordt overgeleverd

اِخْتِلَافُ اُمَّتٖى رَحْمَةٌ

terwijl verscheidenheid echter partijdigheid vereist?

Bovendien redt partijdigheid, wat eigenlijk een ziekte is, het onderdrukte volk van het kwaad van de onrechtvaardig heersende klassen. Wanneer bijvoorbeeld de heersende klassen van een dorp of een stad een bondgenootschap vormen, kunnen ze het gewone volk uitbuiten. Maar waar partijen bestaan onder het volk, kan een onderdrukte steun en bescherming vinden bij een van deze partijen en zo aan het gevaar van de heersende klassen ontsnappen.

Bovendien komt de waarheid dankzij botsende meningen en tegenstrijdige opvattingen volledig helder aan het licht.

Antwoord op de eerste stelling: met de term verscheidenheid in deze hadith wordt een gunstige verscheidenheid bedoeld. Dat wil zeggen dat elk individu ernaar streeft zijn eigen vakgebied te verbeteren en te bevorderen. Hierbij streeft men er niet naar om dat van anderen te vernietigen of te ondermijnen, maar juist te vervolmaken en te verbeteren. Een ongunstige verscheidenheid daarentegen zorgt ervoor dat men met kwaadwillige en vijandige bedoelingen naar de ondergang van anderen streeft, wat door deze hadith wordt verworpen. Immers, zij die elkaar wederzijds naar de keel grijpen, kunnen niets gunstig tot stand brengen.

Antwoord op de tweede stelling: als partijdigheid in naam van gerechtigheid plaatsvindt, kan deze als toevlucht dienen voor de rechtvaardigen. Echter, hedendaagse partijdigheid, die met kwaadgezindheid en egoïsme de zelfzuchtige zielen ten dienste staat, dient als een beschermende dekmantel voor de onrechtvaardigen en vormt een steunpunt voor hen. Immers, wanneer de duivel een vijandig partijdige man zou benaderen en hem ter zijde zou staan door in zijn gedachten behulpzaam te zijn, dan zou deze man die duivel genade toewensen. Aan de andere kant, als een man van een engelachtige natuur aan de tegenovergestelde zijde zou verschijnen, dan zou hij deze man zulke onrechtvaardigheden vertonen dat hij hem zou kunnen vervloeken.