DE BRIEVEN
De Twintigste Brief
Het tweede gedeelte:
اِبْدَاعُهُ لِذَاكَ...الخ
Met andere woorden, de Alwijze Schepper heeft de macrokosmos op zo’n unieke wijze geschapen en daarin de tekenen van Zijn grootheid zo ingeschreven, dat Hij het universum als het ware tot de gedaante van een grote moskee heeft gemaakt.
Evenzo heeft Hij de mens geschapen, hem verstand geschonken, hem Zijn wonderlijke werken en Zijn unieke macht doen bewonderen, hem de tekenen van Zijn grootheid laten lezen, zijn handen in gebed laten vouwen en hem, overeenkomstig zijn aard, als een dienaar die in aanbidding verzonken is tot sudjūdEen lichaamshouding waarin het voorhoofd, de neus, de handen, de knieën en de tenen samen de grond aanraken. gebracht.
Is het dan überhaupt denkbaar dat de ware Aanbedene van de aanbidders die in deze geweldige moskee voor Hem sudjūdEen lichaamshouding waarin het voorhoofd, de neus, de handen, de knieën en de tenen samen de grond aanraken. verrichten, iemand anders zou kunnen zijn dan Sāni-i Wāhid-i EhadAllah, Die met uiterste kunstzinnigheid schept, Die één is en Wiens eenheid in alles zichtbaar is.?
Het derde gedeelte:
اِنْشَٓائُهُ لِذَاكَ...الخ
Met andere woorden, Mālikul-mulk-i zul-DjelālAllah, de ware Eigenaar van alles Wiens ontzag oneindig is. heeft de gehele macrokosmos, en in het bijzonder het aardoppervlak, op een zodanige wijze geschapen en vormgegeven dat er talloze concentrische kringen zijn ontstaan. Elk van die kringen is als een akker die Hij allen tijde, elk seizoen en elke eeuw, beteelt en daarop ploegt, zaait en oogst. Hij zet voortdurend Zijn bezit in werking en bestuurt het.
De wereld van atomen, die de grootste kring vormt, heeft Hij tot een akker gemaakt waarop Hij voortdurend, met Zijn wijsheid en macht, een heel universum aan gewassen ploegt, zaait en oogst. Hij zendt die oogst van ālem-i shehādaDe wereld die wij kunnen aanschouwen, het universum. naar ālem-i ghaybDe wereld die wij niet kunnen waarnemen, de wereld van het verborgene., dus van ‘de kring van macht’ naar ‘de kring van kennis’.
Vervolgens heeft Hij de aardoppervlakte, die de middelgrote kring vormt, eveneens tot een akker gemaakt waarop Hij van jaargetijde tot jaargetijde soorten werelden en soorten schepselen uitzaait en vervolgens weer oogst. Ook daarvan zendt Hij de spirituele oogst naar ālem-i ghaybDe wereld die wij niet kunnen waarnemen, de wereld van het verborgene., ālem-i misālEen niet-materieel rijk waarin zich de beelden van het gehele bestaan en alle gebeurtenissen reflecteren., ālem-i manāHet spirituele rijk die met fysieke ogen niet waar te nemen is. en naar het hiernamaals.
En evenzo vult Hij een tuin, die een kleinere kring vormt, honderden en duizenden malen met Zijn macht, en maakt Hij deze weer leeg met een achterliggende wijsheid.
En uit ieder levend wezen, dat een nog kleinere kring vormt, zoals een boom of een mens, brengt Hij een oogst voort die honderdmaal groter is dan het wezen zelf.