DE BRIEVEN

De Tiende Brief

Kortom, Imām-i Mubīn is als het programma of de inhoudsopgave van de schepping, die als een boom zijn takken en twijgen uitstrekt in het verleden en de toekomst en naar alle richtingen van ālem-i ghaib. In die zin is het een geschrift, een verzameling waarin de bepalingen van de goddelijke wil zijn geschreven. Volgens deze bepalingen worden de kleine deeltjes in de lichamen van schepselen in dienst gesteld en naar hun functies geleid.

Wat Kitāb-i Mubīn betreft, deze heeft meer betrekking op ālem-i shehāda dan op ālem-i ghayb. Het richt zich eerder op het heden dan op het verleden of de toekomst. Het is meer een handvat, een boek, een benaming en een aanduiding voor de macht en wil van Allah dan voor Zijn kennis en bevel. Zoals Imām-i Mubīn het boek van Zijn wil is, zo is Kitāb-i Mubīn het boek van Zijn macht.

De volmaakte kunst en orde dat zich in het bestaan, het wezen, de eigenschappen en de vermogens van elk schepsel bevinden, tonen ons aan dat ieder schepsel volgens de principes van een absolute macht en volgens de wetten van een beslissende wil zijn bestaan heeft gekregen. Ieder schepsel wordt met een passende maat en een unieke vorm bekleed. Dit betekent dat deze macht en wil zowel een alomvattende en algemene wettenboek als een hoofdboek bezitten waaruit de vorm en het toekomstige uiterlijk van ieder schepsel nauwkeurig worden voorbereid, uitgesneden en aangetrokken.

Zowel het bestaan van Kitāb-i Mubīn als dat van Imām-i Mubīn is bewezen in Het Zesentwintigste Woord over qàdèr en de menselijke vrije wil.

Kijk nu naar de dwaasheid van de afgedwaalde mensen en de filosofen hoe zij Lewh-i Mahfūz – de macht van de Unieke Schepper – en de verschijningen, reflecties en weerspiegelingen van Imām-i Mubīn in de schepselen waarnemen en deze met ‘de natuur’ aanduiden en zo de waarheid verduisteren.

Voorwaar, op de bladzijde van tijd, die Lewh-i Mahw wa Isbāt wordt genoemd, schrijft de goddelijke macht tijdens het scheppen volgens Imām-i Mubīn, dus volgens qàdèr, de keten van wezens waarvan ieder een duidelijk teken vormt. Hij schept en brengt de kleinste deeltjes in beweging. De beweging van deze kleinste deeltjes is dus als een trilling, een beweging die tijdens deze optekening ontstaat. Op die manier gaat de hele schepping over van ālem-i ghaib naar ālem-i shehāda. Dus datgene wat in Zijn kennis bevindt, komt met Zijn macht tot stand.

Wat Lewh-i Mahw wa Isbāt betreft, deze dient als een veranderlijk geschrift, een herschrijfbaar bord van Lewh-i Mahfūz-i Āzam. Met andere woorden, het dient als een geschrift binnen het bereik van mumkināt, de gehele schepping die voortdurend de dood en het leven, het bestaan en het vergaan ondergaat; het vormt de werkelijkheid van ‘de tijd’. Inderdaad, zoals iedere schepping haar eigen werkelijkheid heeft, heeft ook de tijd zijn eigen werkelijkheid. Het kan beschouwd worden als de bladzijde en inkt voor het optekenen van Zijn macht op Lewh-i Mahw we Isbāt.

لَا يَعْلَمُ الْغَيْبَ اِلَّااللّٰهُ