DE BRIEVEN

De Vijftiende Brief

DE VIJFTIENDE BRIEF

بِاسْمِهٖ سُبْحَانَهُ

وَ اِنْ مِنْ شَىْءٍ اِلَّا يُسَبِّحُ بِحَمْدِهٖ

Mijn eerbiedwaardige broeder,

Jouw eerste vraag: waarom hebben de ashāb met hun spirituele waarnemingen de kwaadaardige mensen niet kunnen ontdekken, waardoor drie van de vier rechtgeleide kaliefen shuhedā zijn geworden? Er wordt immers gezegd dat zelfs de geringste onder de ashāb in niveau groter is dan de grootste onder de ewliyā’s?

Het antwoord: hierover zijn twee punten.

 

Het eerste punt

Deze vraag wordt beantwoord met een toelichting over welāya. Dit is als volgt:

Ontsluieringen (keşf) en wonderen (kerâmet) komen daarin weinig naar voren.

De welāya van de ashāb staat bekend als de welāyet-i kubrā, die voortkomt uit de nalatenschap van het profeetschap.  Het is een vorm van welāya die, zonder de tussenliggende weg te bewandelen, rechtstreeks overgaat van het ogenschijnlijke naar de werkelijkheid en gericht is op de aqrabiyyet-i ilāhiyya. Deze weg van welāya is zeer kort, maar alsnog buitengewoon verheven. Haar buitengewone verschijnselen zijn beperkt, terwijl haar deugden daarentegen talrijk zijn. Keshf en kerāma treft men op deze weg slechts in geringe mate aan.

Wat de kerāmāt van ewliyā’s betreft, deze geschieden merendeels zonder opzet en onverwachts als een goddelijke gunst. Keshfiyāt en kerāmāt doen zich meestal voor bij het soefisme, tijdens de spirituele reis, wanneer zij zich tot een bepaald niveau losmaken van de normale menselijke levensstaat. Op die wijze manifesteren zich buitengewone hoedanigheden.

De ashāb daarentegen waren dankzij de weerspiegeling, de aantrekkingskracht en het elixer van de nabijheid van de Profeet (saw) niet verplicht om binnen een geestelijke orde een reusachtige afstand van spirituele reis af te leggen. Met één enkele stap en door één enkel gesprek met de Profeet konden zij de waarheid bereiken.

Bijvoorbeeld, er zijn twee manieren om terug te keren naar de Nacht van Qadr die gisteravond heeft plaatsgevonden.

De eerste manier is door een jaar te reizen, totdat men deze nacht opnieuw bereikt. Om haar nabijheid te bereiken, moet men dus een afstand van één jaar overbruggen. Dit is de weg van degenen die een spirituele reis ondernemen, zoals de meeste soefi’s.

De tweede manier is door zich los te maken van het lichamelijke omhulsel, dat gebonden is aan de tijd, zich geestelijk te verheffen en op die manier de nacht van Qadr van gisteren, samen met de nacht van het feest van overmorgen, in het huidige moment te beleven. De ziel wordt namelijk niet beperkt door de tijd. Wanneer het lichamelijke waarnemingsvermogen zich verheft tot het niveau van de ziel, zet het huidige moment zich uit en omvat het zowel het verleden als de toekomst. Tijd die voor anderen verleden en toekomst betekent, wordt voor zo iemand tot tegenwoordige tijd.