DE BRIEVEN
De Zestiende Brief
Wanneer er wordt gesteld: “Sjeiks bemoeien zich soms met onze zaken. En ook jij wordt soms als sjeik betiteld.”
Hierop zeg ik: “O heren! Ik ben geen sjeik, maar een imam. Het bewijs daarvoor is dat ik me sinds vier jaar hier bevind en als ik maar één enkel mens een les vanuit het soefisme zou hebben gegeven, dan zouden jullie het recht hebben mij verdacht te maken.” Integendeel heb ik tegen iedere bezoeker gezegd: “Iedereen heeft behoefte aan īmānHet geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking). en Islam. Dit is niet het tijdperk van het soefisme.”
Wanneer er wordt gesteld: “Men noemt jou Said-i Kurdi. Misschien vertegenwoordig jij een nationalistisch of racistisch standpunt. Dit dient onze zaak niet!”
Hierop zeg ik: “O heren! Wat de Oude Said en Nieuwe Said hebben geschreven, ligt open en duidelijk voor jullie. Volgens
اَلْاِسْلَامِيَّةُ جَبَّتِ الْعَصَبِيَّةَ الْجَاهِلِيَّةَDe Islam heeft racisme en nationalisme uit de tijd van onwetendheid afgeschaft
getuig ik dat ik al sinds vroeger nationalisme en racisme, die een soort inheemse ziektes zijn van Europa, als een dodelijk gif heb aangezien. Europa heeft deze inheemse ziektes in de wereld van de Islam geïnfecteerd om haar te splitsen en verdelen, en haar zo gemakkelijker in handen te krijgen. Mijn studenten en allen die met mij in contact zijn gekomen, weten dat ik al lange tijd de gevolgen van deze Europese inheemse ziektes probeer te genezen.”
O heren! Aangezien dit zo is, wat is dan de reden dat jullie iedere gebeurtenis als voorwendsel gebruiken om mij lastig te vallen? Is het rechtvaardig om, wanneer in het oosten een soldaat een fout begaat, een soldaat in het westen te straffen enkel omdat hij óók een soldaat is? Of om een winkelier in Bagdad te veroordelen vanwege een misdaad van een koopman in Istanbul enkel omdat hij óók een winkelier is? Precies zo is het wanneer jullie bij elk werelds voorval mij benauwen. Met welke methode valt dat te rijmen? Welk geweten kan dat goedkeuren? Welk belang kan zoiets verlangen?
Het derde punt
Mijn vrienden, die zich bekommeren om mijn toestand en mijn rust, en die zich afvragen waarom ik na elk onrecht in geduld en zwijgen volhard, stellen zich de volgende vraag: “Hoe kan jij de moeilijkheden en problemen die jou zijn overkomen verdragen, terwijl jij vroeger zo toornig, zo trots en zo op je eer gesteld was, dat je zelfs de geringste belediging niet kon dulden?”
Het antwoord: ik zal jullie twee kleine voorvallen voor ogen houden, waaruit jullie het antwoord kunnen afleiden.