DE BRIEVEN

De Drieëntwintigste Brief

Het is een mooie opmerking bij het mooiste verhaal. Het draagt een verheven, subtiele en blijde boodschap en een wonderlijke beschouwing bij het vers

تَوَفَّن۪ى مُسْلِمًا وَ اَلْحِقْن۪ى بِالصَّالِح۪ينَ

dat het slot vormt van het verhaal van Yūsuf (as), het mooiste van alle verhalen:

In andere vrolijke en gelukkige verhalen verstoren de pijn van de dood en de bitterheid van de scheiding, die aan het einde worden vermeld, de denkbeeldige vreugde die het verhaal tot dan toe heeft gewekt. Vooral wanneer men, op het moment dat men spreekt over volmaakte vreugde en volledig geluk, plotseling over dood en afscheid begint, roepen de luisteraars uit: “Ach, wat jammer!”

Maar dit vers bericht de dood van Yūsuf (as) op het meest stralende hoogtepunt van zijn verhaal, toen hij tot de voornaamsten van Egypte was geworden, zich met zijn ouders had herenigd, zijn broers weer had ontmoet, en het grootste wereldse geluk had ervaren. En toch wijst het op zo’n wijze naar een waarheid dat het volgende wordt begrepen:

Om een toestand te bereiken die nog stralender is dan dit wereldse geluk, wenste Yūsuf (as) zijn dood van Allah. En hij stierf inderdaad en bereikte zo die gelukzaligheid.

Dit betekent dat achter de poort van het graf er een gelukzaligheid bestaat die aantrekkelijker is dan de vreugden van deze wereld, en daar een toestand is die rijker is aan vreugde. Daarom verlangde een waarachtige persoon als Yūsuf (as) – midden in zo’n uiterst werelds geluk – naar de bittere dood, opdat hij de ware gelukzaligheid zou bereiken.

Zie dus de balāgha van de Koran. In plaats van verdriet en spijt te wekken bij het einde van het verhaal van Yūsuf (as), laat hij de vreugde van een blijde boodschap proeven.

En tegelijk onderwijst de Koran de mens het volgende:

Werk voor wat achter het graf ligt, want de ware gelukzaligheid en de ware vreugde bevinden zich daar.

Bovendien toont de Koran ons de verheven trouw en standvastigheid van Yūsuf (as) dat zelfs de meest schitterende en vreugdevolle toestand van deze wereld hem niet in godvergetelheid kon doen vervallen en hem niet kon bedwelmen met een roes van vreugde; hij verlangt nog steeds naar het hiernamaals.

 

اَلْبَاقِى هُوَ الْبَاقِى

 

Said Nursi