DE BRIEVEN

De Drieëntwintigste Brief

DE DRIEËNTWINTIGSTE BRIEF

بِاسْمِهٖ سُبْحَانَهُ

وَ اِنْ مِنْ شَىْءٍ اِلَّا يُسَبِّحُ بِحَمْدِهٖ

اَلسَّلَامُ عَلَيْكُمْ وَ رَحْمَةُ اللّٰهِ وَ بَرَكَاتُهُ اَبَدًا بِعَدَدِ عَاشِرَاتِ دَقَائِقِ عُمْرِكَ وَذَرَّاتِ وُجُودِكَ

 Mijn eerbiedwaardige, ijverige, serieuze, waarachtige, oprechte en standvastige broeder!

Voor waarachtige broeders als wij, wiens broederschap omwille van het hiernamaals is gevormd, vormen verschillen in tijd en plaats geen belemmering. Zelfs als de één in het oosten en de ander in het westen zou zijn; de één in het verleden en de ander in de toekomst; de één in deze wereld en de ander in het hiernamaals, dan nog kunnen zij samen zijn en met elkaar verbonden blijven, vooral wanneer zij voor hetzelfde doel in dezelfde dienst staan.

Elke ochtend stel ik mij voor dat jij bij mij bent, en ik draag – moge Allah het aanvaarden – ongeveer een derde van mijn spirituele beloningen aan jou op. In mijn smeekbeden ben jij samen met Abdulmecid en Abdurrahman aanwezig. Inshāallah ontvangen jullie altijd jullie aandeel.

De moeilijkheden die jij hebt ondervonden hebben mij, in jouw naam, enigszins bedroefd. Maar omdat deze wereld niet eeuwig is en er in de ellenden die zij meebrengt ook een verborgen goed schuilt, kwam in mijn hart op om voor jou te zeggen: “O Allah, ook dit gaat voorbij.”

Zo dacht ik bij mezelf

​​لَا عَيْشَ اِلَّا عَيْشُ اْلاٰخِرَةِ

en reciteerde ik het vers

​​اِنَّ اللّٰهَ مَعَ الصَّابِر۪ينَ

en zei ik het volgende

اِنَّا لِلّٰهِ وَاِنَّٓا اِلَيْهِ رَاجِعُونَ

Op die wijze troostte ik mijzelf in jouw plaats.

Wanneer Allah de Rechtvaardige één van Zijn dienaren liefheeft, maakt Hij de wereld voor hem tot een oord van beproeving en laat Hij hem het onaangename gezicht van de wereld ervaren. InshāAllāh behoor jij ook tot die kring van geliefden.

En laat je niet ontmoedigen door de toename van de hindernissen bij de verspreiding van de Risale-i Nur. Wanneer de tijd rijp is, zullen de lichtvolle zaden van de waarheden die jij verspreidt, inshāAllāh in een bijzonder gezegende vorm tot talloze bloemen ontluiken.