Het Grootste Teken

De vierde waarheid

Waarlijk, indien de armzalige mens omwille van een zo onbeduidende overheersing zoiets doet, dan is het inderdaad in geen enkel opzicht mogelijk dat de absoluut almachtige Eigenaar van het gehele universum Zijn heilige overheersing, die als een bron dient voor Zijn werkelijke en alomvattende heerschappij en Zijn godheid, met een ander zal delen of hieraan een deelgenoot zal toelaten. 

Aangezien deze waarheid in het tweede hoofdstuk van De Tweede Straal en voorts in enkele andere verhandelingen van de Risale-i Nur met onweerlegbare bewijzen is behandeld, zullen wij het hierbij laten en naar de desbetreffende verhandelingen verwijzen.

Voorwaar, door deze vier waarheden in beschouwing te nemen, erkent onze reiziger de eenheid van Allah op een manier alsof hij deze met zijn ogen heeft waargenomen. Zijn īmān licht op en hij spreekt met al zijn kracht het volgende uit: 

لاَ اِلٰهَ اِلاَّ اللّٰهُ وَحْدَه لاَ شَرِيكَ لَهُ

Bij wijze van een korte verwijzing naar de les welke hij hier heeft ontvangen, is in het tweede hoofdstuk van het eerste gedeelte het volgende gezegd:

لاَ اِلٰهَ اِلاَّ اللّٰهُ الْوَاحِدُ الْاَحَدُ الَّذِى دَلَّ عَلٰى وَحْدَانِيَّتِهِ وَ وُجُوبِ وُجُودِهِ مُشَاهَدَةُ عَظَمَةِ حَقِيقَةِ تَبَارُزِ الْاُلُوهِيَّةِ الْمُطْلَقَةِ وَ كَذَا مُشَاهَدَةُ عَظَمَةِ اِحَاطَةِ حَقِيقَةِ تَظَاهُرِ الرُّبُوبِيَّةِ الْمُطْلَقَةِ الْمُقْتَضِيَّةِ لِلْوَحْدَةِ وَ كَذَا مُشَاهَدَةُ عَظَمَةِ اِحَاطَةِ حَقِيقَةِ الْكَمَالاَتِ النَّاشِيَةِ مِنَ الْوَحْدَةِ وَ كَذَا مُشَاهَدَةُ عَظَمَةِ اِحَاطَةِ حَقِيقَةِ الْحَاكِمِيَّةِ الْمُطْلَقَةِ الْمَانِعَةِ وَ الْمُنَافِيَةِ للِشِّرْكَةِ