DE BRIEVEN

De Achtiende Brief

Stel er komen nu twee mensen deze kamer binnen. De één kijkt slechts in één spiegel en zegt: “Alles bevindt zich hierin.” Wanneer hij hoort over de andere spiegels en de beelden daarin, past hij wat hij verneemt toe op een klein hoekje van dat ene spiegelbeeld, dat als de schaduw van een schaduw van de andere spiegels verschijnt met een afgezwakte realiteit en een vervormd beeld. Vervolgens zegt hij: “Ik zie het zo, dus de werkelijkheid is ook zo.”

Maar de andere persoon zegt tegen hem: “Wat jij ziet, zie je inderdaad zo. En zoals jij het ziet, klopt het op zijn niveau. Maar de werkelijkheid is niet zoals jij die aan je ziel voorhoudt; wat jij ziet is niet gebaseerd op het werkelijke beeld. Naast de spiegel waarop jij je aandacht richt, zijn er ook andere spiegels. En die zijn niet zo klein als jij ze in deze ene spiegel ziet, en ook niet slechts de schaduw van een schaduw.”

Zo vereist ook elke naam van Allah afzonderlijk een eigen spiegel. Bijvoorbeeld, de namen er-Rahmān [de Barmhartige] en er-Rezzāq [de Voorziener] zijn waarachtig en oorspronkelijk, en vereisen daarom schepselen die aan deze namen waardig zijn en die behoefte hebben aan voorziening en barmhartigheid. Zoals de naam er-Rahmān in een werkelijke wereld daadwerkelijke levende wezens vereist die voorziening nodig hebben, zo vraagt ook de naam er-Rahīm [de Genadevolle] om een even werkelijk paradijs.

Als men nu alleen de namen Wādjibul-Wudjūd, Mewdjūd, Wāhid-i Ehad als werkelijk zou beschouwen, en alle andere namen slechts een schaduwbestaan binnen deze namen zou toekennen, dan zou dat een vorm van ongerechtigheid zijn tegenover die overige namen. In overeenstemming met dit geheim is ‘de Hoofdweg’ dan ook ongetwijfeld de weg van de ashāb, de asfiyā’s, de tābiīn, de imams van ehl-i beyt en van de imams onder de mudjtehidīn, degenen die welāyet-i kubrā bezaten en de hoogste rang onder de studenten van de Koran vormden.

سُبْحَانَكَ لَا عِلْمَ لَنَٓا اِلَّا مَا عَلَّمْتَنَٓا اِنَّكَ اَنْتَ الْعَلٖيمُ الْحَكٖيمُ

رَبَّنَا لَا تُزِغْ قُلُوبَنَا بَعْدَ اِذْ هَدَيْتَنَا وَهَبْ لَنَا مِنْ لَدُنْكَ رَحْمَةً اِنَّكَ اَنْتَ الْوَهَّابُ

اَللّٰهُمَّ صَلِّ وَ سَلِّمْ عَلٰى مَنْ اَرْسَلْتَهُ رَحْمَةً لِلْعَالَم۪ينَ وَ عَلٰٓى اٰلِهِ وَ صَحْبِهِ اَجْمَع۪ينَ​​