DE BRIEVEN
De Twintigste Brief
Met dezelfde zekerheid waarmee de zon na haar ondergang de volgende ochtend weer opkomt, hebben deze twee verhandelingen bewezen dat ook het leven – de spirituele zon van deze wereld – na zijn ondergang bij de vernietiging van deze wereld, op de ochtend van de Wederopstanding in een onvergankelijke vorm opnieuw zal verschijnen. Een deel van de djinnsGeestelijke wezens die van rookloos vuur geschapen zijn. en mensen zal de eeuwige gelukzaligheid bereiken, terwijl een ander deel de eeuwige kwelling zal ondergaan.
Aangezien het Tiende Woord en het Negenentwintigste Woord deze waarheid volledig hebben bewezen, laten wij de uiteenzetting daarvan aan die twee verhandelingen over en zeggen hier slechts het volgende:
Zoals is bewezen, heeft de Alwijze Schepper van dit universum, de Barmhartige Schepper van de mens – Degene Die een grenzeloze alomvattende kennis, een oneindige alomvattende wil en een onbegrensde absolute macht bezit – in al Zijn hemelse geschriften en goddelijke decreten de gelovigen het paradijs en de eeuwige gelukzaligheid beloofd. En aangezien Hij Zijn belofte heeft gedaan, zal Hij Zich er met zekerheid ook aan houden.
Het is immers onmogelijk dat Hij Zijn belofte verbreekt. Want het verbreken van een belofte is een onaangename tekortkoming. De Absolute Volmaakte is verheven boven alle tekortkomingen. Een belofte niet nakomen gebeurt of uit onwetendheid of uit machteloosheid. En aangezien het onmogelijk is om onwetendheid en machteloosheid toe te schrijven aan de absoluut Almachtige Alīm-i kull-i sheyAllah, Wiens kennis oneindig is en alles omvat., is het evenzeer onmogelijk dat Hij Zijn belofte verbreekt.
Bovendien smeken en wensen alle profeten, in het bijzonder Fakhrul-ālemDe Trots van de wereld (saw); een titel van profeet Muhammed (saw). (saw), de ewliyāDegene die de tevredenheid van Allah opzoekt en hoge spirituele niveaus bereikt door middel van aanbidding en gehoorzaamheid.’s, de asfiyāDe ware onderzoeker en de ware geleerde te midden van de ewliyā’s.’s en de gelovigen, voortdurend om de eeuwige gelukzaligheid die Rahīm-i KerīmAllah, Wiens genade alles omvat en Die oneindig vrijgevig is. hun heeft beloofd.
Zij smeken Hem daarbij met al Zijn namen. Want de meeste van Esmā-ul-husnā – zoals er-RahmānDe Barmhartige [de Barmhartige], er-RahīmDe Genadevolle. [de Genadevolle], el-AdlDe Rechtvaardige [de Rechtvaardige] en el-HakīmAllah; De Alwijze; Allah, Wiens wijsheid oneindig is. [de Alwijze] die Zijn shefqaLiefde die onvoorwaardelijk wordt gekoesterd, zoals die van een moeder jegens haar kind., barmhartigheid, rechtvaardigheid en wijsheid tonen; en ook Zijn namen er-RabDe Heer [de Heer] en Allah die Zijn heerschappij en soevereiniteit tonen – maken het bestaan van het hiernamaals en de eeuwige gelukzaligheid noodzakelijk. Zij getuigen van hun werkelijkheid en eisen dat zij tot stand komen..