DE BRIEVEN
De Tweeëntwintigste Brief
Wanneer je vervolgens het resterende kleine deel met vergeving, genade en ruimhartigheid beantwoordt, wat de snelste en meest effectieve manier is om je tegenstander te overwinnen, zul je van onrecht en verlies gered worden. Of wil je echter je gedragen als een dwaze en dronken joodse juwelier, die glasscherven koopt voor de prijs van diamanten, door met een hevige hebzucht en een voortdurende haat continu vijandschap te koesteren omwille van wereldse zaken die vergankelijk, tijdelijk en waardeloos zijn, alsof je voor eeuwig in deze wereld zult verblijven? Dit zou een immense onrechtvaardigheid of een roes betekenen; het is een vorm van waanzin.
Inderdaad, als jouw leven je lief is, laat dan geen ruimte in je hart voor vijandigheid en wraakgedachten, die je persoonlijke leven ernstig schaden. Als deze gedachten toch in je hart opkomen, luister er dan niet naar. Luister in plaats daarvan naar wat de waarheidsgetrouwe Hāfiz-i Shirāzī zegt:
دُنْيَا نَه مَتَاع۪يسْت۪ى كِه اَرْزَدْ بَنِزَاع۪ىDe wereld is niet iets waardevols dat ruzie waard is
Met andere woorden, “De wereld is niet iets waardevols dat ruzie waard is.” Omdat ze onbestendig en vergankelijk is, heeft ze geen werkelijke waarde. Aangezien de grote wereld zo betekenisloos is, besef hoe betekenisloos de kleine zaken van deze wereld zijn. En bovendien zegt hij:
اٰسَايِشِ دُو گٖيتٖى تَفْسٖيرِ اٖينْ دُو حَرْفَسْتْ بَادُوسِتَانْ مُرُوَّتْ بَادُشْمَنَانْ مُدَارَاTwee principes kunnen de vrede en de zekerheid van beide werelden voor iemand dichtbij brengen en hem helpen deze te bereiken. Namelijk, een welwillende omgang met vrienden en een vredelievende behandeling van vijanden
Met andere woorden, “Twee principes kunnen de vrede en de zekerheid van beide werelden voor iemand dichtbij brengen en hem helpen deze te bereiken. Namelijk, een welwillende omgang met vrienden en een vredelievende behandeling van vijanden.”
Indien er wordt gesteld: “Ik heb het niet in de hand, vijandschap zit in mijn aard. Bovendien werken ze zodanig op mijn zenuwen, dat ik het niet van me kan afzetten.”
Het antwoord: wanneer je geen blijk geeft van slechte eigenschappen en kwaadaardige neigingen, geen handelingen als roddelen en de daaraan gerelateerde activiteiten verricht, en je bewust bent van je eigen tekortkomingen, is dit niet schadelijk. Aangezien je het niet in de hand hebt en er niet van kunt afzien, zal het inzien van je eigen fouten en het besef dat je onrechtvaardig handelt met deze karaktertrek als een innerlijk berouw en een stille bede om vergiffenis gelden, en jou van haar kwaad redden.
Wij hebben daarom dit hoofdstuk van deze brief geschreven om een dergelijke innerlijke smeekbede om vergiffenis te verzekeren, zodat onrechtvaardigheid niet als rechtvaardigheid wordt beschouwd en de gerechtige tegenstander niet als ongerechtige wordt beschuldigd.