DE BRIEVEN
De Vijftiende Brief
Een vraag: in overleveringen is vermeld: “De DajjalEen kwaadgezinde persoon die op het einde der tijden zal verschijnen en zal proberen de Islam en haar waardes en normen te vernietigen. heeft een vals paradijs; degenen die hem volgen, stuurt hij daarheen. Hij beschikt ook over een valse hel en degenen die hem niet volgen, werpt hij daarin. Hij heeft zelfs het ene oor van zijn rijdier tot een paradijs gemaakt en het andere tot een hel. Het enorme lichaam van dit rijdier heeft zulke en zulke afmetingen.” Hoe moeten wij dergelijke beschrijvingen begrijpen en ons voorstellen?
Het antwoord: de uiterlijkheid van de DajjalEen kwaadgezinde persoon die op het einde der tijden zal verschijnen en zal proberen de Islam en haar waardes en normen te vernietigen. is als die van een mens. Omdat hij hoogmoedig en godvergeten is als een farao, is hij een doldwaze duivel en een intrigant die zijn oppervlakkige en tirannieke heerschappij als goddelijkheid heeft bestempeld. Maar de enorme goddeloze stroming, die zijn collectieve spirituele persoonlijkheid vormt, is zeer groot. De verschrikkelijke kenmerken die in de overleveringen over de DajjalEen kwaadgezinde persoon die op het einde der tijden zal verschijnen en zal proberen de Islam en haar waardes en normen te vernietigen. worden genoemd, behoren in werkelijkheid tot spirituele persoonlijkheid.
Bijvoorbeeld, eens werd een Japanse opperbevelhebber in een karikatuur afgebeeld met één been in de Grote Oceaan en het andere geplaatst op de havenvesting Port Arthur, die tien dagreizen verder lag. Met deze voorstelling van die kleine Japanse commandant werd de collectieve spirituele persoonlijkheid van zijn leger uitgedrukt.
Wat het valse paradijs van de DajjalEen kwaadgezinde persoon die op het einde der tijden zal verschijnen en zal proberen de Islam en haar waardes en normen te vernietigen. betreft, dat bestaat uit de verlokkingen van zijn amusementsoorden en zijn verleidelijke fantasieën. Zijn rijdier is een vervoermiddel zoals een stoomtrein. Het ene uiteinde ervan – dus het ene “oor” – is als een ruimte van vuur; soms werpt hij degenen die hem niet gehoorzamen daarin. Het andere uiteinde – dus het “andere oor” – is als een paradijs ingericht; daar laat hij degenen plaatsnemen die hem gehoorzamen.
De stoomtrein, een belangrijk “rijdier” van de al losbandige en wrede beschaving, biedt voor losbandige en wereldsgezinde mensen een vals paradijs. De hulpeloze gelovigen en moslims lopen het gevaar, samen met hen, via deze beschaving in ellende en ballingschap te worden geworpen.
Wanneer dan het ware christelijke geloof tevoorschijn komt en zich aan de Islam onderwerpt, zal het zijn licht weliswaar uitstrekken over de overgrote meerderheid van de mensen op aarde. Maar kort vóór het uitbreken van het Einde der Wereld zal opnieuw een stroming van goddeloosheid haar kop opsteken en de overhand krijgen. Volgens het principe “het oordeel volgt de meerderheid” houdt de overlevering, dat er niemand meer zal zijn die Allah zal aanroepen, in dat er op een gegeven moment geen aanzienlijke groep meer zal zijn die, vanuit een gezaghebbende positie op aarde, Allah zal aanroepen.
Dat wil dus niet zeggen dat er helemaal geen waarheidsgetrouwe mensen meer zullen overblijven. Tot het Einde der Wereld zullen altijd waarheidsgetrouwe mensen blijven bestaan, maar zij zullen dan in de minderheid of overwonnen zijn. Voordat de ondergang van de wereld plaatsvindt, zullen echter de zielen van de gelovigen – als teken van goddelijke barmhartigheid – worden weggenomen, zodat zij de verschrikkingen van de ondergang van de wereld niet hoeven mee te maken. De ondergang van de wereld zal dan losbarsten over de ongelovigen.