DE BRIEVEN

De Achtiende Brief

De tweede reden en wijsheid: zoals bij de schepselen elke handeling voortkomt uit een eetlust, een verlangen en een genot, zelfs dat elke handeling in zekere zin een genot in zich draagt en zelf een vorm van genieting is, zo heeft ook Wādjibul-Wudjūd – op een wijze die Hem past en in overeenstemming met Zijn absolute behoefteloosheid en volmaakte rijkdom – een grenzeloze heilige barmhartigheid en een grenzeloze heilige liefde.

Uit deze heilige barmhartigheid en heilige liefde vloeit een grenzeloze heilige geestdrift voort. Uit die heilige geestdrift vloeit een grenzeloze heilige vreugde voort. En uit die heilige vreugde komt – indien wij zo mogen spreken – een grenzeloos heilig genot voort. En uit deze grenzeloze barmhartigheid, die samenhangt met dat heilige genot, en uit de tevredenheid en volmaaktheid die bij de schepselen ontstaan – door de vervolmaking en ontwikkeling van hun vermogens, en door het overgaan van hun potentiële toestand in hun actuele werkelijkheid die allemaal binnen het bereik van de handelingen van Zijn macht plaatsvinden – komt opnieuw, als wij dat op deze wijze mogen uitdrukken, een grenzeloze heilige tevredenheid en een grenzeloze heilige trots voort. Deze vereisen grenzeloze handelingen op een grenzeloze wijze, die Erhamurrāhimīn eigen is.

Aangezien de natuurwetenschap en de filosofie deze fijnzinnige wijsheid niet kennen, hebben zij de onbewuste natuur, het blinde toeval en de levenloze oorzaken verward met handelingen die in werkelijkheid vol kennis, wijsheid en opmerkzaamheid zijn. Door zo te vervallen in de duisternis van afdwaling, hebben zij het licht van de waarheid niet kunnen vinden.

قُلِ اللّٰهُ ثُمَّ ذَرْهُمْ فِى خَوْضِهِمْ يَلْعَبُونَ

رَبَّنَا لَا تُزِغْ قُلُوبَنَا بَعْدَ اِذْ هَدَيْتَنَا وَهَبْ لَنَا مِنْ لَدُنْكَ رَحْمَةً اِنَّكَ اَنْتَ الْوَهَّابُ

اَللّٰهُمَّ صَلِّ وَ سَلِّمْ عَلٰى كَاشِفِ طِلْسِمِ كَائِنَاتِكَ بِعَدَدِ ذَرَّاتِ الْمَوْجُودَاتِ وَ عَلٰٓى اٰلِه۪ وَ صَحْبِه۪ مَا دَامَ الْاَرْضُ وَ السَّمٰوَاتُ

 

اَلْبَاقِى هُوَ الْبَاقِى

 

Said Nursi