DE BRIEVEN
De Eenentwintigste Brief
DE EENENTWINTIGSTE BRIEF
Tederheid jegens ouders
بِاسْمِه۪ سُبْحَانَهُIn de naam van de Feilloze!
وَاِنْ مِنْ شَىْءٍ اِلاَّ يُسَبِّحُ بِحَمْدِهِEn er is niets of het verheerlijkt Hem met lof!
بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِIn de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
اِمَّا يَبْلُغَنَّ عِنْدَكَ الْكِبَرَ اَحَدُهُمَاۤ اَوْكِلاَ هُمَا فَلاَ تَقُلْ لَهُمَاۤ اُفٍّ وَلاَ تَنْهَرْهُمَا وَقُلْ لَهُمَا قَوْلاً كَرِيمًا ۞ وَاخْفِضْ لَهُمَا جَنَاحَ الذُّلِّ مِنَ الرَّحْمَةِ وَقُلْ رَبِّ ارْحَمْهُمَا كَمَا رَبَّيَانِى صَغِيرًا ۞ رَبُّكُمْ اَعْلَمُ بِمَا فِى نُفُوسِكُمْ اِنْ تَكُونُوا صَالِحِينَ فَاِنَّهُ كَانَ لِلْاَوَّابِينَ غَفُورًاIndien één van hen of beiden bij jou een hoge leeftijd bereiken, zeg dan nooit ‘foei’ tegen hen, berisp hen niet en spreek tot hen op een vriendelijke manier. Ontferm je over hen op een lieve en bescheiden manier en bid als volgt: “Mijn Heer, schenk hun genade, vanwege zoals zij mij hebben opgevoed toen ik klein was.” Jullie Heer weet het beste wat in jullie binnenste leeft. Indien jullie oprechte mensen zijn, is Hij Vergevensgezind (Ghafūr) jegens degenen die zich tot Hem wenden. – De Koran 17:23-25
O jij achteloze, in wiens huis een oude moeder, een oude vader, een verwant of een geloofsbroeder verblijft die hulpbehoevend, machteloos en ziek! Neem deze eerbiedwaardige verzen ter harte en zie hoe zij de kinderen op vijf verschillende wijzen oproepen tot tederheid jegens hun ouders.
Inderdaad, de hoogste waarheid in het bestaan is de shefqaLiefde die onvoorwaardelijk wordt gekoesterd, zoals die van een moeder jegens haar kind. van ouders voor hun kinderen. En het grootste recht dat zij als tegenprestatie voor die liefde verdienen, is eerbied en respect. Want zij offeren met volle toewijding en vreugde hun rust en tijd, en indien nodig zelfs hun leven, op voor hun kinderen. Daarom betaamt het ieder kind – indien het zijn menselijkheid niet heeft verloren en niet tot een wild beest is geworden – zijn eerbiedwaardige, trouwe en zelfopofferende ouders oprecht te hoogachten, liefdevol te dienen, hun tevredenheid te zoeken en hun harten te verheugen.
Daarbij gelden ooms en tantes van vaderszijde als vader, en ooms en tantes van moederszijde als moeder. Besef dus hoe verschrikkelijk en laag het is om de aanwezigheid van zulke gezegende ouders als een last te beschouwen en daarmee in feite hun dood te wensen. Begrijp wat voor onrecht en gewetenloosheid het is om naar het einde te verlangen van het leven van degenen die hun leven voor jouw leven hebben opgeofferd en in dienst hebben gesteld!
O jij die zich zorgen maakt om zijn levensonderhoud! Weet dat jouw oude of blinde familielid – van wie jij het lastig vindt dat hij in jouw huis leeft – een bron van zegen is, een aanleiding tot barmhartigheid en een afweer van rampspoed. Zeg daarom niet: “Mijn inkomen is krap, ik red het niet.” Want als de zegeningen die voortkomen uit hun aanwezigheid er niet zouden zijn, zou de schaarste in jouw levensonderhoud nog veel groter worden. Vertrouw erop dat dit de waarheid is. Ik kan daarvoor volstrekt zekere bewijzen aanvoeren en je ervan overtuigen. Maar om niet langdradig te worden, vat ik die bewijzen kort samen; neem genoegen met mijn woorden.