DE BRIEVEN
DE VIJFDE BRIEF
بِاسْمِهٖ سُبْحَانَهُIn de naam van Hem, Hij is feilloos
وَ اِنْ مِنْ شَىْءٍ اِلَّا يُسَبِّحُ بِحَمْدِهٖ“En er is niets dat Hem niet verheerlijkt met de lof die Hem toekomt.” – De Koran 17:44
Imam RabbānīAhmad Sirhindi (1564–1624), een invloedrijke Indiase islamitische geleerde en soefi, bekend als de “hervormer van het tweede millennium” (Mudjaddid Alf Thānī). (ra), een grote held en één van de stralende zonnen in de keten van de Naqshī-ordeEen prominente en invloedrijke tariqa (spirituele weg) binnen de islam., heeft in zijn Mektūbāt gezegd:
“Ik verkies de onthulling van één kwestie van de geloofswaarheden boven duizenden verheven genietingen, extases en kerāmātWonderen die bewerkstelligd worden door een moslim die geen profeet is..”
Ook zei hij: “Het uiteindelijke doel van alle tarīqaEen weg binnen soefisme waarmee men tot spirituele volmaaktheid wordt geleid.’s is de verduidelijking en onthulling van de geloofswaarheden.”
Verder zei hij: “WelāyaDe spirituele toestand van degene die hoge spirituele niveaus heeft bereikt. kent drie soorten. De eerste is welāyet-i sughrāWelāya die op basisniveau ligt., de bekende en meest voorkomende vorm van welāyaDe spirituele toestand van degene die hoge spirituele niveaus heeft bereikt.. De tweede is welāyet-i wustāWelāya die op middelbaarniveau ligt. en de derde is welāyet-i kubrāWelāya die op hoog niveau ligt.. Bij welāyet-i kubrāWelāya die op hoog niveau ligt. wordt via de erfenis van profeetschap, zonder de weg van het soefisme te betreden, een directe weg naar de waarheid geopend.”
Voorts zei hij: “In de Naqshī-ordeEen prominente en invloedrijke tariqa (spirituele weg) binnen de islam. reist men met twee vleugels tegelijk, namelijk met een standvastig geloof in de geloofswaarheden en met het naleven van de religieuze verplichtingen. Wanneer één van deze vleugels gebrekkig is, dan is vooruitgang op deze weg onmogelijk.”
Daarom kent de Naqshī-ordeEen prominente en invloedrijke tariqa (spirituele weg) binnen de islam. drie lagen:
De eerste en voornaamste is het rechtstreeks dienen van de geloofswaarheden — een weg die ook Imam RabbānīAhmad Sirhindi (1564–1624), een invloedrijke Indiase islamitische geleerde en soefi, bekend als de “hervormer van het tweede millennium” (Mudjaddid Alf Thānī). (ra) aan het einde van zijn leven volgde.
De tweede is het dienen van de religieuze verplichtingen en de soennaDe woorden, handelingen en stilzwijgende goedkeuringen van de profeet Muhammad (saw), die als voorbeeld voor moslims gelden. van de Profeet (saw) onder de sluier van de tarīqaEen weg binnen soefisme waarmee men tot spirituele volmaaktheid wordt geleid..
De derde is het zuiveren van de ziekten van het hart door middel van het soefisme en het bewandelen van het pad met het hart.
De eerste heeft de status van verplichting, de tweede die van noodzakelijkheid en de derde die van aanbeveling.
Aangezien dit zo is, meen ik dat indien grootheden als Sjeik Abdulqādir GhilāniGeweldige geleerde, prediker en soefileider die de naamgever was van de Qadiriyya, een van de oudste soefi-ordes. (ra), Sjah NaqshbandīBaha-ud-Din Naqshband (1318–1389), een Centraal-Aziatische soefi en stichter van de Naqshī-orde, bekend om zijn nadruk op innerlijke devotie en stille dhikr. (ra) en Imam RabbānīAhmad Sirhindi (1564–1624), een invloedrijke Indiase islamitische geleerde en soefi, bekend als de “hervormer van het tweede millennium” (Mudjaddid Alf Thānī). (ra) in deze tijd zouden leven, zij al hun inspanningen zouden richten op het versterken van de geloofswaarheden en de islamitische geloofsleer. Want deze vormen de grondslag van het eeuwige geluk. Indien daarin tekort wordt geschoten, leidt dat tot eeuwige ellende.