DE BRIEVEN
De Zestiende Brief
Want hij zegt: “Ik word oud. Ik weet niet hoe lang ik nog te leven heb. Daarom is mijn belangrijkste taak dat ik werk voor het eeuwige leven. Het eerste middel om het eeuwige leven te verwerven en de sleutel tot de eeuwige gelukzaligheid te verkrijgen, is de īmānHet geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking).; dááraan moet ik werken. En aangezien ik volgens de ShariaHet geheel van islamitische regels en richtlijnen, gebaseerd op de Koran en de soenna, dat de juiste levensweg aangeeft; islamitische wetgeving. verplicht ben om de mensen op het gebied van geloofskennis te dienen, zodat ook zij daarvan kunnen profiteren, wil ik die plicht vervullen. Deze dienst zou ik in het maatschappelijke en sociale leven kunnen verrichten, maar daartoe ben ik niet geschikt. Bovendien is in stormachtige tijden een dienst van grote opbrengst op die manier niet te verwezenlijken. Daarom heb ik dat aspect laten vallen en geef ik de voorkeur aan de dienst aan de īmānHet geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking)., die de belangrijkste, noodzakelijkste en zuiverste dienst is. Ik laat deze deur open, opdat de geloofswaarheden die ik voor mijzelf heb verworven, en de spirituele geneesmiddelen die ik heb ervaren, ook voor andere mensen toegankelijk worden. Misschien accepteert Allah de Rechtvaardige deze dienst en wordt het tot een boetedoening voor mijn vroegere fout.”
Behalve de verdoemde duivel heeft niemand – of hij nu gelovig of ongelovig is, trouw of goddeloos – het recht om tegen een dergelijke dienst in verzet te komen. Want ongeloof is met niets te vergelijken. In onrechtvaardigheid, in lichte zonden en zelfs in zware zonden bevindt zich een afschuwelijke, duivelse vorm van genot, maar in ongeloof bevindt zich op geen enkele wijze, op geen enkele plaats, enig genot. Ongeloof is ellende na ellende, duisternis over duisternis en kwelling op kwelling.
Het opgeven van het streven naar een eeuwig leven en het opgeven van zo’n dienst aan een heilig licht als de īmānHet geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking). om zich op hoge leeftijd te storten in nutteloze en gevaarlijke politieke spelletjes, is zó onverstandig, zó onwijs en zó dwaas voor een teruggetrokken, eenzame mens die verzoening voor zijn vroegere zonden zoekt zoals ik, dat zelfs de dwazen dat kunnen begrijpen.
Wanneer jullie zeggen: “Waarom weerhoudt de dienst aan de Koran en īmānHet geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking). jou dan van de politiek?”
Dan zeg ik: “De geloofswaarheden van de Koran zijn als diamanten. Als ik mij met de politiek zou hebben bezoedeld, zouden sommige mensen, die gemakkelijk te misleiden zijn, bij het zien van deze diamanten in mijn handen kunnen denken: “Is dit misschien politieke propaganda om aanhangers te winnen?” Zo zouden zij deze diamanten mogelijk aanzien voor eenvoudige glazen. Als ik in aanraking zou komen met de politiek, zou ik die diamanten onrecht aandoen en hun waarde in de ogen van anderen verminderen. Dus, o jullie wereldsgezinde mensen! Waarom houden jullie je met mij bezig? Waarom laten jullie mij niet in mijn eigen toestand met rust?”