DE BRIEVEN
De Twintigste Brief
De Schepper Die met Zijn zichtbare handelingen het gehele universum schept en bestuurt, bezit een alomvattende kennis. En deze kennis is een noodzakelijke, wezenlijke attribuut van Zijn Wezen; het is onmogelijk haar als iets los van Hem te beschouwen. Want zoals het onmogelijk is het licht van de zon te ontkennen terwijl het bestaan van de zon wordt aanvaard, zo is het duizendmaal onmogelijker te aanvaarden dat de kennis van de Heer, Die dit welgeordende bestaan schept, van Hem los zou kunnen zijn.
En zoals deze alomvattende kennis een wezenlijk attribuut van de Heer is, zo is zij ook noodzakelijk voor het scheppen en besturen van al het bestaande. Dit betekent dat niets voor Hem verborgen kan blijven. Zoals het onmogelijk is dat de hele schepping op het aardoppervlak voor de zon – zonder sluier – onzichtbaar zouden kunnen zijn, zo is het duizendmaal onmogelijker dat het gehele bestaan voor de alomvattende kennis van de Alīm-i zul-DjelālAllah, Wiens kennis alles omvat en Wiens grootsheid en verhevenheid grenzeloos is. verborgen zou blijven.
Er heerst immers een alomtegenwoordigheid van Hem. Dat wil zeggen dat Hij alles waarneemt en alles onder Zijn beschikking staat. Als zelfs verlichte schepselen zoals de levenloze zon, de zwakke mens en de röntgenstraling – die slechts geschapen en gebrekkig zijn – met hun licht tot alles kunnen doordringen, hoe zou dan iets zich kunnen verbergen voor het licht van Zijn eeuwige kennis, die noodzakelijk, alomvattend en wezenlijk is? Niets kan buiten die kennis vallen. Er zijn in het universum ontelbare tekenen en aanwijzingen die naar deze waarheid verwijzen.
Bijvoorbeeld, alle wijsheden die in de schepping zichtbaar zijn, wijzen op Zijn kennis. Want doelgericht handelen is slechts mogelijk met kennis. Ook alle gunsten en hun kunstzinnige vormgeving wijzen op een dergelijke kennis. En Degene Die Zijn daden met barmhartigheid verricht, handelt zeker welbewust en met doel.
Bovendien wijzen alle welgeordende schepselen – elk afzonderlijk in evenwicht – en alle gebalanceerde gestalten – elk afzonderlijk in orde – opnieuw op die alomvattende kennis. Want ordelijk handelen is slechts mogelijk met kennis. En wie op kunstzinnige wijze, met juiste maat en perfecte evenwicht handelt, doet dat onbetwist met een alomvattende kennis.
Bovendien tonen de welgeordende hoeveelheden, de in wijsheid en doelmatigheid gevormde gestalten die in alle schepselen zichtbaar zijn, en ook de doelmatige eigenschappen en toestanden die door Zijn bepaling, wil en macht worden voortgebracht, Zijn alomvattende kennis.