DE BRIEVEN

De Zestiende Brief

DE ZESTIENDE BRIEF

بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِ

اَلَّذ۪ينَ قَالَ لَهُمُ النَّاسُ اِنَّ النَّاسَ قَدْ جَمَعُوا لَكُمْ فَاخْشَوْهُمْ فَزَادَهُمْ اِيمَانًا وَ قَالُوا حَسْبُنَا اللّٰهُ وَنِعْمَ الْوَك۪يلُ

 

Deze brief is een manifestatie van het geheim achter het vers

​​قُولَا لَهُ قَوْلاً لَيِّنًا

en is daarom niet in scherpe bewoordingen gesteld. Zij geeft het antwoord op een vraag die expliciet of impliciet door velen is gesteld.

Het is voor mij in geen enkel opzicht aangenaam om dit antwoord te geven en eigenlijk wil ik dat ook helemaal niet. Ik heb al mijn vertrouwen op Allah de Rechtvaardige gesteld. Maar aangezien men mij niet met mijzelf en met mijn eigen wereld in vrede laat leven, en men mij juist dwingt om mijn aandacht naar de wereld te richten, wil ik hier nu vijf punten als verklaring naar voren brengen.

Dat doe ik echter niet in de taal van de Nieuwe Said, maar noodgedwongen in de taal van de Oude Said. Niet om mijzelf, maar om mijn vrienden en de verhandelingen van de Risale-i Nur te beschermen tegen verdachtmakingen en tegen de aanvallen van wereldsgezinde mensen, en om de ware stand van zaken duidelijk te maken aan zowel mijn vrienden als aan de wereldsgezinde mensen en degenen die een oordeel vellen.

 

Het eerste punt

Er wordt gesteld: “Waarom heb jij je uit de politiek teruggetrokken en toon je helemaal geen belangstelling daarvoor?”

Het antwoord: negen à tien jaar geleden heeft de Oude Said tot op zekere hoogte met de politiek beziggehouden. In de veronderstelling dat hij via politiek de Islam en de geloofskennis zou kunnen dienen, heeft hij zich tevergeefs ingespannen. Hij zag namelijk in dat deze weg twijfelachtig en ingewikkeld was, dat zij overbodig en schadelijk was en bovendien een belemmering vormde voor de meest noodzakelijke dienst. Want het grootste deel van de politiek bestaat uit leugens, en er bestaat het gevaar dat men – zelfs zonder het te beseffen – een werktuig wordt in de handen van niet-moslims.

Bovendien zal degene die zich met politiek bezighoudt of vóór of tegen de regering zijn. Als ik vóór de regering zou zijn, dan zou het bedrijven van politiek voor mij een overbodige en nutteloze bezigheid zijn. Aangezien ik geen ambtenaar of volksvertegenwoordiger ben, heeft men mij niet nodig; waarom zou ik mij er dan nodeloos mee bemoeien?