DE RAMADAN

De Negenentwintigste Brief -2


De verhandeling over het vasten in de gezegende maand Ramadan

 

Bestaande uit negen punten waarin negen van de vele wijsheden van het vasten in de gezegende maand Ramadan worden behandeld.

 

بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِ

شَهْرُ رَمَضَانَ الَّذٖٓى اُنْزِلَ فٖيهِ الْقُرْاٰنُ هُدًى لِلنَّاسِ وَ بَيِّنَاتٍ مِنَ الْهُدٰى وَ الْفُرْقَانِ

 

Het vasten tijdens de gezegende maand Ramadan is één van de vijf pijlers van de Islam en behoort tegelijkertijd tot één van de meest aanzienlijke kenmerken ervan. Het omvat inderdaad vele wijsheden met betrekking tot de heerschappij van Allah, het sociale en persoonlijke leven van de mens, de fatsoenering van de nefs en het tonen van dankbaarheid voor de gunsten van Allah. 

 

Het eerste punt

 

Eén van de vele wijsheden achter het vasten met betrekking tot de heerschappij van Allah is het volgende:

 

Allah heeft het aardoppervlak voor de mens tot een tafel gemaakt en deze overladen met allerlei mogelijke gunsten, die vanuit onverwachte plaatsen en bronnen aan ons worden aangeboden, zoals het vers

مِنْ حَيْثُ لَا يَحْتَسِبُ

aangeeft. Zodoende verkondigt Hij de volmaaktheid van Zijn heerschappij, Zijn barmhartigheid en Zijn genade. Mensen kunnen door onachtzaamheid en een overmatige focus op oorzaken de waarheid achter dat feit niet volledig achterhalen, ofwel vergissen zij zich soms. 

 

Daarentegen vormen de gelovigen zich in de gezegende maand Ramadan plotseling tot een welgeordend leger. Teneinde hun dienaarschap jegens Allah te bewijzen, wachten zij tijdens de avondschemering als gasten die uitgenodigd zijn voor het gastmaal van Sultān-i Ezelī op het bevel “Tast toe!”. Op deze wijze beantwoorden zij met een veelzijdige, geweldige en welgeordende aanbidding Zijn liefdevolle, majesteitelijke en alomvattende barmhartigheid.

 

Waarlijk, kunnen nu degenen die zich voor dit verheven dienaarschap en eervolle taak afsluiten het nog waardig zijn om ‘mens’ genoemd te worden?

1 van 10 Next page