DE BRIEVEN
De Twintigste Brief
Wanneer een bijzonder begaafde kunstenaar zijn hand aan zijn werk slaat, gaat hij met een gemak en vlotheid te werk alsof hij zelf een machine is. Om die snelheid en dat talent uit te drukken, zegt men: “Deze arbeid is hem zo dienstbaar geworden, dat zij op zijn bevel en door zijn aanraking wordt verricht; en dit kunstwerk komt op die wijze tot stand.”
Op soortgelijke wijze wijst het vers
اِنَّماَ اَمْرُهُ اِذاَ اَراَدَ شَيْئًا اَنْ يَقُولَ لَهُ كنْ فَيَكُونُWanneer Hij iets wil, zegt Hij: ‘Wees!’ en het is. – De Koran 36:82
op de grenzeloze dienstbaarheid en gehoorzaamheid van alles tegenover de macht van Qadīr-i Zul-DjelālAllah, Die over alles de macht heeft en Wiens grootsheid en verhevenheid grenzeloos is., en op het feit dat deze macht haar werk met oneindige lichtheid en zonder moeite verricht.
Wij zullen hier, uit de ontelbare geheimen van deze machtige waarheid, vijf geheimen in vijf punten kort toelichten.
Het eerste punt: voor de goddelijke macht is het scheppen van het grootste even gemakkelijk als het scheppen van het kleinste. Voor die macht is het scheppen van een hele soort, met al haar nevensoorten, precies zo licht als het scheppen van één enkel individu ervan. Het scheppen van het paradijs is even gemakkelijk als het scheppen van een lente, en het scheppen van een lente is even licht als het scheppen van een bloem.
In samenhang met dit geheim is aan het einde van het Tiende Woord over de Wederopstanding, in het Negenentwintigste Woord – met de thema’s wederopstanding, engelen en het voortbestaan van de ziel – en ook in de uiteenzetting van de tweede doelstelling van het Negenentwintigste Woord, via de geheimen achter nūrāniyyaLichtuitstraling. (lichtuitstraling), sheffāfiyyaReflectievermogen. (transparantievermogen), mukābela (wederkerigheid), muwāzena (evenwicht), intizām (ordening) en itaat (gehoorzaamheid), bewezen en aangetoond dat het voor de goddelijke macht het scheppen van sterren even gemakkelijk is als het scheppen atomen; dat het scheppen van ontelbare individuen even licht is als het scheppen van één individu.
Aangezien deze geheimen in die twee Woorden zijn bewezen, volstaan wij hier met een verwijzing daarnaar en beëindigen wij deze bespreking.
Het tweede punt: een beslissend bewijs en een heldere getuigenis dat het scheppen van alles voor de goddelijke macht gelijk is, is het volgende:
Bij het scheppen van dieren en planten zien wij met eigen ogen dat zich, te midden van een grenzeloze vrijgevigheid en enorme veelheid, een volmaakte schoonheid en een wonderlijke kunstzinnigheid vertoont. Bovendien zien wij, binnen grote verwarring en schijnbare ingewikkeldheid, een uiterst scherpe onderscheiding en keuze. En te midden van een overweldigende overvloed en wijdheid van verspreiding zien wij een hoogste waardigheid in kunst en een uiterste schoonheid in vormgeving.
En hoewel het scheppen ervan behoefte heeft aan veel werktuigen en veel tijd, worden zij niettemin in zeer korte tijd, met groot gemak en met een kunstige vormgeving geschapen. Het is alsof deze wonderlijke kunstwerken plotseling en als het ware uit het niets tot het bestaan worden geroepen.