DE BRIEVEN
De Vijftiende Brief
De verwijzende betekenis van dit vers wordt als volgt uitgelegd:
Zoals de rechten van één onschuldige voor het welzijn van de gehele bevolking niet als ongeldig verklaard kunnen worden, zo kan ook één persoon voor het welzijn van het algemene belang niet opgeofferd worden. Ten aanzien van de barmhartigheid van Allah de Rechtvaardige is het rechtvaardig om geen onderscheid te maken tussen groot en klein. Het kleine mag niet opgeheven worden omwille van het grote. Voor het welzijn van een gemeenschap kunnen de rechten en het leven van één individu niet zonder zijn toestemming opgeofferd worden. Als hij er vrijwillig toe bereid is deze op te offeren omwille van zijn vaderlandsliefde, dan is dat een geheel andere zaak.
Bij adālet-i izāfiyyaRelatieve gerechtigheid. Een vorm van gerechtigheid waarbij het recht van een individu voor het welzijn van het volk kan worden geschonden. daarentegen wordt het individu opgeofferd aan het algemene belang; ten gunste van de gemeenschap wordt het recht van het individu buiten beschouwing gelaten. Men past adālet-i izāfiyyaRelatieve gerechtigheid. Een vorm van gerechtigheid waarbij het recht van een individu voor het welzijn van het volk kan worden geschonden. toe als een soort toepassing van het principe “het mindere van twee kwaden”.
Maar, als adālet-i mahzaAbsolute gerechtigheid. Een vorm van gerechtigheid waarbij het recht van een in-dividu voor het welzijn van het volk niet kan worden geschonden. mogelijk is, mag men adālet-i izāfiyyaRelatieve gerechtigheid. Een vorm van gerechtigheid waarbij het recht van een individu voor het welzijn van het volk kan worden geschonden. niet toelaten; het zou een misdaad zijn om dat toch te doen. Daarom achtte Imam Ali (ra) het mogelijk om adālet-i mahzaAbsolute gerechtigheid. Een vorm van gerechtigheid waarbij het recht van een in-dividu voor het welzijn van het volk niet kan worden geschonden., net als in de tijd van de beide kaliefen, toe te passen en bestuurde hij het Islamitische kalifaat op basis van dit principe. Zijn tegenstanders daarentegen waren van mening dat het niet langer mogelijk was adālet-i mahzaAbsolute gerechtigheid. Een vorm van gerechtigheid waarbij het recht van een in-dividu voor het welzijn van het volk niet kan worden geschonden. te realiseren, en hun idjtihādHet onafhankelijk beoordelen vanuit de Islamitische wetgeving. leidde daarom tot adālet-i izāfiyyaRelatieve gerechtigheid. Een vorm van gerechtigheid waarbij het recht van een individu voor het welzijn van het volk kan worden geschonden.. Wat betreft de overige redenen die de geschiedenis vermeldt, dat zijn geen werkelijke redenen, maar slechts voorwendselen.
Indien er wordt gesteld: als Islamitische kalief bezat Imam Ali (ra) een persoonlijkheid met buitengewone bekwaamheden, een bijzondere intelligentie en een hoge geschiktheid. Waarom bleef hij dan, in vergelijking met zijn voorgangers, onsuccesvol?
Het antwoord: deze gezegende persoon was geschikter en waardiger voor veel belangrijkere taken dan politiek en wereldlijk bestuur. Als hij in politiek en bestuurlijk opzicht volledig succesvol was geweest, dan zou hij niet in staat zijn geweest de betekenisvolle, terechte titel ‘Shāhul-WelāyaDe spirituele toestand van degene die hoge spirituele niveaus heeft bereikt.’ (Spirituele Sultan) te verwerven. In plaats daarvan verkreeg hij een spiritueel heerschappij die ver verheven is boven een uiterlijk, politiek kalifaat en werd hij een universele leermeester. Zijn spirituele heerschappij heeft voortgeduurd en zal voortduren tot het einde der tijden.
Wat de strijd van Imam Ali (ra) tegen de aanhangers van Muāwiyya (ra) betreft, deze strijd – de slag bij Siffīn – was in wezen een botsing tussen het kalifaat en het sultanaat. Imam Ali (ra) nam de wetten van de Islam, de geloofswaarheden en de zorg voor het leven in het hiernamaals als uitgangspunt. Om die reden offerde hij een deel van de regels van het sultanaat en de harde eisen van de politiek op.
Muāwiyya (ra) en zijn aanhangers daarentegen kozen voor versoepeling in plaats van vastberadenheid, om op die manier het Islamitische maatschappelijke leven via hun regeringspolitiek te versterken. Zij dachten dat zij in het politieke leven gedwongen waren voor deze vorm van versoepeling te kiezen, maar begingen daarmee een grote vergissing.