DE BRIEVEN
De Vijftiende Brief
De strijd van Hasan en Huseyn (ra) tegen de UmayyadenEen Arabisch rijk dat na het overlijden van Ali (ra) is opgericht. daarentegen was in feite een oorlog tussen de religie en het nationalisme. Dat wil zeggen dat de UmayyadenEen Arabisch rijk dat na het overlijden van Ali (ra) is opgericht. de Islamitische staat baseerden op het principe van Arabisch nationalisme en hun band met de Arabische natie boven hun band met het Islamitische geloof stelden. Op deze manier hadden zij in twee opzichten schade aangericht:
Ten eerste: door andere naties te kwetsen, stootten zij hen van zich af.
Ten tweede: omdat de principes van racisme en nationalisme niet op recht en gerechtigheid zijn gebaseerd, leiden zij tot onrecht. Zij bouwen niet op rechtvaardigheid. Want een nationalistische heerser geeft de voorkeur aan zijn eigen natie en handelt daarmee niet rechtvaardig.
اَلْاِسْلَامِيَّةُ جَبَّتِ الْعَصَبِيَّةَ الْجَاهِلِيَّةَ لَا فَرْقَ بَيْنَ عَبْدٍ حَبَشِىٍّ وَسَيِّدٍ قُرَيْشِىٍّ اِذَا اَسْلَمَاDe Islam heeft racisme en nationalisme van de Djāhiliyya tijdperk, het tijdperk van onwetendheid, afgeschaft. Er bestaat geen onderscheid tussen een slaaf uit Abessinië en een heer uit Quraish, nadat zij zich eenmaal tot de Islam hebben bekeerd. – Zie Tirmidhi, Djihad 28
Op grond van dit decreet kunnen nationale banden niet boven religieuze banden worden geplaatst. Als men dat toch doet, kan men zich niet langer rechtvaardig inzetten en vervalt de gerechtigheid. Daarom nam Huseyn (ra) de religieuze band als basisprincipe en voerde hij terecht strijd tegen de UmayyadenEen Arabisch rijk dat na het overlijden van Ali (ra) is opgericht., totdat hij shehīdmartelaar; een gelovige die sterft voor het geloof en omwille van Allah. werd.
Indien men zou zeggen: als hij zo rechtschapen en rechtvaardig was, waarom was hij dan niet succesvol? En waarom hebben de goddelijke wil en de goddelijke barmhartigheid toegelaten dat zij een zo verschrikkelijk einde tegemoet gingen?
Het antwoord: dat lag niet aan de meest trouwe en nabije volgelingen van Huseyn (ra), maar aan de mensen uit andere bevolkingsgroepen die zich bij zijn gemeenschap hadden aangesloten. Zij koesterden namelijk, vanwege hun gekrenkte nationale trots, gevoelens van wraak tegenover het Arabische volk. Zo hebben zij de zuivere en stralende weg van Imam Huseyn en zijn volgelingen aangetast en vertroebeld, en zijn zij uiteindelijk een aanleiding tot hun nederlaag geworden.
Wat de wijsheid achter hun tragische einde – vanuit het oogpunt van qàderDe goddelijke lotsbeschikking; de pre-eeuwige kennis van Allah, waarin zich alles met al haar eigenschappen en toestanden bevindt voordat het nog tot stand wordt gebracht. – betreft, waren Hasan (ra), Huseyn (ra), hun families en hun nakomelingen voorbestemd tot een spirituele heerschappij. Het is echter zeer moeilijk om de wereldse en spirituele heerschappij met elkaar te verenigen. Daarom heeft de goddelijke wil hun gezicht van de wereld afgewend en hun het lelijke en afstotelijke gezicht van deze wereld getoond, opdat er in hun harten geen gehechtheid aan de wereld zou overblijven.
Zo werden hun handen weggetrokken van een vergankelijke en schijnbare heerschappij, en werden zij in plaats daarvan aangesteld tot een stralende en voortdurende spirituele heerschappij. In plaats van eenvoudige wereldse gouverneurs te zijn, werden zij een geestelijke bron voor de aqtābDe grootste spirituele leiders en de grootste geleerden van zijn tijd te midden van de ewliyā’s. onder de ewliyāDegene die de tevredenheid van Allah opzoekt en hoge spirituele niveaus bereikt door middel van aanbidding en gehoorzaamheid.’s.