DE BRIEVEN

De Twintigste Brief

Het zevende woord

وَيُمِيتُ

Met andere woorden, Hij is Degene Die de dood brengt. Dit houdt in dat Hij jou ontslaat van jouw taak in het leven, jou verplaatst van deze vergankelijke wereld naar de onvergankelijke wereld en bevrijdt van de lasten van jouw diensten. Dit betekent dat Hij jou vanuit het vergankelijke leven naar het eeuwige leven overplaatst. Dit woord roept de vergankelijke mensen en djinns met luide stem tot het volgende op en zegt:

“Een blijde boodschap voor jullie! De dood is geen terechtstelling, geen einde, geen willekeurige handeling en geen afbraak; zij leidt niet tot vergaan, eeuwige scheiding of niet-bestaan. Zij is veeleer een beëindiging van de dienst en een wisseling van verblijfplaats, voltrokken door Hakīm-i Rahīm. Zij is een overdracht naar de eeuwige gelukzaligheid, naar jullie ware vaderland. Zij is een deur tot ālem-i berzakh, een verzamelplaats voor negenennegentig procent van al jullie vrienden.”

 

Het achtste woord

وَ هُوَ حَىٌّ لَا يَمُوتُ

De schoonheid, perfectie en goedheid van Mabud-i Lem yèzèl, Mahbūb-i Lā yèzāl, zijn oneindig superieur aan alle perfecties, schoonheden en goedheden van de gehele schepping die aanleiding tot liefde vormen. Eén enkele flits van Zijn schoonheid is toereikend om alle andere geliefden te overtreffen. Bovendien heeft Hij een eeuwig leven dat ver verwijderd is van vernietiging en vergankelijkheid, en van fouten en gebreken.

Dit woord verkondigt aan mensen, djinns, alle wezens met bewustzijn en aan iedereen die van Allah houdt het volgende:

“Een blijde boodschap voor jullie! Jullie hebben een Mahbūb-i Bāqī Die de wonden van de grenzeloze vele scheidingen van wat jullie liefhebben geneest en met zalf bestrijkt. Omdat Hij bestaat en eeuwig is, hoeven jullie je geen zorgen te maken over wat er met al het andere gebeurt. Immers, de schoonheid en goedheid, de edele voortreffelijkheid en volmaaktheid bij de geliefden – die redenen zijn voor jullie liefde jegens hen – zijn slechts een bleke schaduw van een verschijning van de eeuwige schoonheid van Mahbūb-i Bāqī. Laat hun ondergang jullie niet verontrusten, want zij dienen slechts als een soort spiegel. De vervanging van de spiegels vernieuwt en verfraait slechts de verschijningen van Zijn schoonheid. Aangezien Hij bestaat, bestaat alles.”