DE BRIEVEN

De Twintigste Brief

De één trad in dienst van de sultan van dat land en ging het telegraaf- en telefoonkantoor binnen. Met een stukje draad van weinig waarde verbond hij zijn eigen ontvanger met de staatslijnen. Daardoor kon hij overal en met iedereen communiceren, berichten uitwisselen en informatie ontvangen. Zo kon hij een voortreffelijk geografisch werkstuk samenstellen en het met alle nodige statistieken en gegevens aanvullen.

De andere vriend daarentegen moest of vijftig jaar lang onafgebroken reizen, overal zelf waarnemen en naar ieder verhaal luisteren, of miljoenen uitgeven om een eigen nationaal telefoon- en telegraafnet aan te leggen, opdat hij iets zou bezitten zoals de sultan bezit en zo, net als zijn vriend, een afgerond werk zou kunnen vervaardigen.

وَلِلّٰهِ الْمَثَلُ الْاَعْلٰى

Zo ook, wanneer de talloze schepselen aan Wāhid-i Ehad worden toegeschreven, kunnen in elk van hen – door die verbondenheid – de manifestaties van Zijn namen verschijnen. En omdat de manifestaties van Shems-i Ezèlī over de hele schepping uitstralen, staan zij in verbinding met Zijn wijsheid, Zijn kennis en Zijn macht.

Door deze verbinding – dus door de goddelijke macht en kracht – wordt alles binnen het goddelijke bestuur als het ware een middel dat alles ziet met één oog, overal aanwezig is met één gezicht en in iedere handeling doordringt met één woord. Maar wanneer die verbinding wordt verbroken, worden zij van het geheel afgesneden en verschrompelen zij tot de nietigheid van hun afzonderlijke bestaan. In dat geval zouden zij over een absolute goddelijkheid moeten beschikken om dezelfde functies te kunnen verrichten als tevoren.

Kortom, in īmān en in het toeschrijven van het scheppen en besturen van de hele schepping aan één Schepper bevindt zich een volstrekt gemak en een grenzeloze lichtheid. Maar in het toekennen van deelgenoten aan Allah en in het toeschrijven van het scheppen en besturen aan oorzaken schuilen onovertrefbare moeilijkheden. Want één kan met gemak aan velen vormgeven en een resultaat voortbrengen, maar wanneer men dit aan velen overlaat, dan kan dit slechts met veel moeite en talloze handelingen tot stand komen.

Zoals wij in de Derde Brief hebben uiteengezet, als de wonderlijke en fascinerende toestand van de hemel – waarin elke nacht en elk jaar een indrukwekkende processie plaatsvindt, een optocht in het hemelruim ter verheerlijking van Allah, waarbij het leger van de sterren onder het bevel van de zon en maan in beweging komt – en de verheven en doelmatige resultaten van de aarde – waarin grote, nuttige gebeurtenissen zoals de wisseling van seizoenen tot stand komen – aan één enkele Schepper worden toegeschreven, stelt Sultān-i Ezèlī de aarde met gemak als een soldaat onder de hemellichamen aan om die toestand en dat resultaat te verwezenlijken.