DE BRIEVEN
De Twintigste Brief
De Inleiding
Weet met zekerheid dat het hoogste doel en de meest verheven vrucht van de schepping īmān-billāh (het geloven in Allah) is. En het meest verheven niveau en de hoogste rang van de mensheid is mārifetullah (het kennen van Allah), de kennis die uit īmān-billāh komt. De meest schitterende gelukzaligheid en de heerlijkste gunst voor djinnsGeestelijke wezens die van rookloos vuur geschapen zijn. en mensen is muhabbetullahDe liefde tot Allah. (de liefde tot Allah), die uit mārifetullah ontstaat. En de zuiverste vreugde voor de ziel en de meest ongestoorde blijdschap voor het hart van de mens is lezzet-i ruhāniyya (het spirituele genot) dat uit muhabbetullahDe liefde tot Allah. voortvloeit.
Inderdaad, alle ware gelukzaligheid, alle zuivere vreugde, alle aangename gunst en alle onbedorven genot bevinden zich in mārifetullah en muhabbetullahDe liefde tot Allah.. Het één kan zonder het ander niet bestaan.
Wie Allah kent en van Hem houdt, verkrijgt – of potentieel, of daadwerkelijk – oneindige gelukzaligheid, gunst, licht en kennis van geheimen. Wie Hem daarentegen niet werkelijk kent en niet liefheeft, zal zowel lichamelijk als geestelijk in eindeloze ellende, pijn en angst verwikkeld raken.
Waarlijk, welke waarde heeft het als een machteloze en bezitloze mens in deze ellendige wereld, te midden van een wanhopig mensengeslacht, in een vruchteloos leven en zonder enige Eigenaar of Beschermer, zelfs de sultan van de hele wereld zou zijn?
Zo kun je begrijpen in wat voor toestand van doelloze verwarring een mens terechtkomt, te midden van dit wanhopige mensengeslacht en in deze ellendige en vergankelijke wereld, wanneer hij zijn Eigenaar niet kent en zijn Heer niet vindt.
Maar wanneer de mens zijn Eigenaar vindt en zijn Heer leert kennen, dan zal hij zijn toevlucht nemen tot Zijn barmhartigheid en steunen op Zijn macht. Zo zal deze angstaanjagende wereld veranderen in een plaats van rust en plezier, en in een marktplein waarop hij zijn handel drijft voor het Hiernamaals.