DE BRIEVEN

De Twintigste Brief

Het zesde gedeelte:

حِشْمَتُهُ فِى ذَاكَ...الخ

Met andere woorden, zoals de goddelijke heerschappij, die zich in het gehele universum manifesteert, de wāhidiyya bewijst en toont, zo bewijst en toont ook de goddelijke begunstiging, die aan elk afzonderlijk levend wezen het voor hem vastgestelde levensonderhoud doet toekomen, de ehadiyya.

Wāhidiyya houdt in dat alles het bezit is van één iemand, naar één iemand verwijzen en door één iemand is geschapen. Ehadiyya betekent daarentegen dat in elk afzonderlijk bestaan de meeste namen van de Schepper zich manifesteren.

Bijvoorbeeld, de zonnestralen die het gehele aardoppervlak omvatten, tonen een voorbeeld van wāhidiyya. En het licht en de warmte van de zon, en de zeven kleuren van haar licht, die in elke glanzende spiegeling en in elke waterdruppel verschijnen, tonen een voorbeeld van ehadiyya. En aangezien in alles, in het bijzonder in levende wezens en in het bijzonder in elke mens de meeste namen van die Schepper zich manifesteren, toont zich ook hierin de ehadiyya.

Dit gedeelte wijst erop dat de goddelijke heerschappij over het universum heerst. Allah heeft de reusachtige zon tot een dienaar, een lamp en een stookplaats gemaakt van alle levende wezens op de aardbol, en de grote aardbol tot hun wieg, hun woonplaats en hun marktplaats. Hij heeft het vuur aangesteld als een alomtegenwoordige kok en als een dienstbare vriend; de wolken als een filter en als een zoogmoeder; de bergen als opslagplaatsen en pakhuizen; de lucht als een waaier voor de levende wezens; en het water als een voedster die de nieuwgeborenen melk geeft en als een drank die de dieren levenswater schenkt. Dit alles wijst op volstrekt duidelijke wijze naar de goddelijke eenheid.

Wie zou, buiten de Ene Schepper, de zon tot een gehoorzame dienaar van de aardbewoners kunnen maken? En wie zou, buiten Wāhid-i Ehad, de wind onder zijn bevel kunnen houden, hem zoveel opdrachten toevertrouwen en hem tot een snelle, wendbare dienaar op de aardbol kunnen maken? En wie, buiten Wāhid-i Ehad, kan het vuur als een kok in dienst nemen, en een klein vuurtje ter grootte van een luciferkop ertoe brengen duizenden tonnen goederen te verwoesten?

Elk afzonderlijk ding, elk afzonderlijk element, elk hemellichaam wijst binnen die heerschappij naar Wāhid-i zul-Djelāl.

Zoals vanuit Zijn grootsheid en majesteitelijkheid de wāhidiyya zichtbaar wordt, zo verkondigen ook de goddelijke gunsten en weldaden vanuit Zijn schoonheid en barmhartigheid de ehadiyya. Want de levende wezens – in het bijzonder de mens – bezitten zulke vermogens en instrumenten dat zij ontelbare soorten gunsten kunnen begrijpen, ontvangen en verlangen

Zij weerspiegelen de manifestaties van al Zijn namen die in het gehele universum zichtbaar zijn. Als een brandpunt laten zij de esmā-ul husnā in de spiegel van hun wezen weerkaatsen en verkondigen zo Zijn eenheid.